Bespreking - Kerk onderweg, waar staan we?

 
Vrijdagavond 8 maart, vanaf 20.00u in de Kruiskerk.
Kerk Onderweg: kom meedenken en meepraten!
Welke ontwikkelingen vinden er plaats in kerkelijk Nederland? Wat betekent dat voor de gemeente rondom de Kruiskerk in Nijkerk? Praat mee n.a.v. de artikelenserie hierover in de kerkbode: Kerk Onderweg. Welkom op vrijdagavond 8 maart in de Kruiskerk.
Koffie vanaf 19.45u, vanaf ca. 21.30u hapje & drankje

Kerk onderweg: waar staan we? (1)

Inleiding
Onder de titel ‘Kerk Onderweg’ presenteer ik jullie als lezers de komende weken een serie artikelen in deze kerkbode. Dat is ook de vrucht van een studietraject dat ik onlangs kon afronden. Van 2016-2018 volgde ik een intensieve training in het kader van de verplichte nascholing voor predikanten: de ‘Missionaire Specialisatie voor predikanten’. Opzet is uiteraard om bezinning en gesprek in de gemeente op gang te brengen. Binnenkort hoop ik op een vrijdagavond gelegenheid te hebben om in gesprek te gaan over de artikelenserie. Ik laat u de datum weten, alvast welkom!
In dit eerste artikel stel ik de vragen: wat overkomt ons? Waar staan we? Welke ontwikkelingen m.b.t. kerk en geloof zijn gaande in ons land?

Veranderingen die ons overkomen
Er voltrekken zich grote veranderingen in het kerkelijk landschap in ons land. Van tijd tot tijd worden  we daaraan herinnerd in de nieuwsrubrieken. Maar we merken het ook in onze gemeente. Wat is er gaande, en hoe gaan we daar mee om? Een  verstandige aanpak begint met de bereidheid om e.e.a. onder ogen te zien: veranderingen overkomen ons. Je kunt er niet aan ontsnappen. Voor sommigen is het woord ‘verandering’ al beladen. Alsof het mogelijk zou zijn om niet te veranderen. Alsof veranderingen in technische mogelijkheden, cultuur, welvaart en samenstelling van de bevolking de kerk onberoerd zouden kunnen laten. Er zit altijd beweging in het kerkelijk leven. Wie iets weet van kerkgeschiedenis weet ook dat kerk door de tijden heen allerlei vormen heeft aangenomen. Wij staan in de traditie van de Reformatie. Juist die Reformatie betekende destijds een enorme verandering in kerk en wereld. Laten we de kop niet in ’t zand steken: de vraag is niet of we willen veranderen. De vraag is hoe we willen veranderen.

Wat overkomt ons?
Alom wordt gesproken over ‘secularisatie’. De kerk verdwijnt naar de marge van de samenleving.  Maar er is meer aan de hand. In eerste aanleg moet je inderdaad constateren dat de christelijke gloed die over West Europa hing verdwijnt. En dat gaat snel. Op andere plekken in de wereld voltrekken zich heel andere bewegingen, en dat geeft te denken.  Maar nagenoeg alle grote ‘traditionele’ kerken in West Europa verliezen in hoog tempo leden. Ze brokkelen af. ‘Christelijk’ Europa verdwijnt. Dat merk je niet alleen in de kerk. De klassieke verzuiling die we in Nederland kenden is ook onderhevig aan slijtage. Je ziet dat in de wereld van de media, maar ook bij het onderwijs. De idee van de verzuiling was ooit om een soort bondgenootschap te vormen: kerk, politiek, media, onderwijs, vakbond: je hoorde als Gereformeerde in principe bij een zuil met een duidelijke identiteit. Dat hele concept van verzuiling brokkelt af.

Wat verdwijnt: de volkskerken
Deze grote verandering in onze cultuur heeft grote gevolgen voor die kerken die open staan naar de samenleving en de cultuur. Dat zijn de volkskerken. Deze volkskerken hebben vaak een relatief kleine kern van trouwe leden, en een grote rand van leden die weinig bijdragen aan het kerkelijk leven. Dat werd vaak als een opdracht gezien. Volkskerken zijn meestal groot, staan midden in dorp/stad en samenleving, doen niet erg moeilijk over lidmaatschap, en stellen weinig eisen aan hun leden. Volkskerken stellen zich bewust op als open gemeenschappen. Niet zelden ligt de wortel van een volkskerk in voorrechten die ooit door overheden geschonken werden (financieel, of zelfs achterstelling van andere kerken). Die openheid naar de samenleving heeft een keerzijde: de invloed van cultuur en samenleving op het kerkelijk leven is groot. Daarvan uitgaande laat zich begrijpen dat juist volkskerken het moeilijk hebben in deze tijd van secularisatie. Kleine kerkgenootschappen zijn vaak al lang gewend aan hun minderheidspositie.

De tegenbewegingen
Uiteraard blijft er veel geloof. Het verdwijnen van kerken is niet hetzelfde als het verdwijnen van geloof. Maar de kerken zijn, in welke vorm dan ook, wel dragers en hoeders van de christelijke traditie. En wie geloof en inspiratie zoekt wil dat ook delen. Geloof voltrekt zich in relaties, dat is fundamenteel. En dus zoekt geloof een weg naar anderen en naar de Ander, en wordt kerk opnieuw geboren terwijl ze verdwijnt.
Er komen dan ook tegenbewegingen op. Nieuwe vormen van kerk en geloof komen voorzichtig aan de oppervlakte. De laatste tijd is daar af en toe aandacht voor. Dat is nog niet te ruim, maar het besef begint te dagen dat de kerk niet zomaar verdwijnt. Migrantenkerken, pioniersplekken, pinkstergemeenten: ze zouden wel eens de voorboden van een nieuwe tijd kunnen zijn. Wie nauwkeurig kijkt ziet hoe deze nieuwe vormen van kerk de traditie opnieuw aanboren, en presenteren in een eigentijdse jas. Dat is een sterke aanpak, de aanpak die ook de Reformatie destijds vleugels gaf: terug naar de bron, ontdoe je van bijzaken en aangeslibde tradities. De Reformatie bevrijdde de Kerk van de kerk, en dat gaf nieuw elan.
Het lijkt me de vraag of deze nieuwe vormen van kerk-zijn qua aantallen de plek van de volkskerken kunnen innemen. Maar is dat belangrijk? Gaat het in de kerk om cijfers? En als kerken halfleeg zijn op zondag, maakten we ze dan wellicht tweemaal te groot?

Kansen
Onze kansen liggen niet in het krampachtig vasthouden aan wat verloren gaat. Dat overkomt ons. Maar kunnen we meebewegen op de golven van een nieuwe tijd, zonder onszelf te verliezen? Kunnen we opnieuw putten uit onze bronnen, en de kern scheiden van de bijzaak, de inhoud scheiden van de vorm?

Ds. Egbert Egberts

Kerk Onderweg: waar staan we? (2)

Inleiding

Onder de titel ‘Kerk Onderweg’ presenteer ik jullie als lezers de komende weken een serie artikelen in deze kerkbode. Dat is ook de vrucht van een studietraject dat ik onlangs kon afronden. Van 2016-2018 volgde ik een training in het kader van de verplichte nascholing voor predikanten: ‘Missionaire Specialisatie voor Predikanten’. Opzet is uiteraard om bezinning en gesprek in de gemeente op gang te brengen. Binnenkort hoop ik op een vrijdagavond gelegenheid te hebben om met u/jullie in gesprek te gaan over de artikelenserie. Ik laat u de datum weten, alvast welkom!

In dit tweede artikel stel ik de vraag: welke houding nemen we aan als kerk bij alle veranderingen zich voltrekken in de kerk en daarbuiten?

De kerk als organisatie

Ooit was ik werkzaam binnen een classis waar het de (goede) gewoonte was dat predikanten een presentatie verzorgden n.a.v. hun studieverlof. Ik had wat vakken gevolgd aan de universiteit op het gebied van management en organisatie. Tijdens de vergadering van de classis verdedigde ik de stelling ‘De kerk is een organisatie’. Nog herinner ik mij hoe alle aanwezigen, zonder uitzondering, over mij heen vielen. Hoe waagde ik het de kerk als een ‘organisatie’ te omschrijven?! De kerk was toch zoveel meer, zoveel heiliger, zoveel belangrijker?!
Ik bleef en blijf erbij: de kerk is een organisatie. Daarmee wil ik niet beweren dat er niet meer dan dat alleen over de kerk gezegd kan worden. Natuurlijk wel. Maar we moeten de kerk ook als een gewone organisatie durven bezien, was en is mijn idee. En dat is allesbehalve vanzelfsprekend, zo heb ik wel ervaren. In de kerk buitelen de emoties, tradities en stokpaardjes al snel over elkaar heen. En dat laat zich allemaal makkelijk onderbouwen met een beroep op de bijbel en de confessie. Kerkelijke vergaderingen zijn zomaar  emotioneel, chaotisch en verhit. Dat valt te begrijpen en deels ook te waarderen: de dingen van geloof en kerk raken ons diep. Dat is de positieve kant. De lastige kant is dat emoties al snel de overhand krijgen en een meer bezonnen aanpak daarmee lastiger wordt. En dat is nu precies wat er nodig is om de uitdagingen waar we voor staan het hoofd te kunnen bieden: een nuchtere, doordachte en afgewogen aanpak. ‘Strategie’ is het woord dat in de wereld om ons heen gebuikt wordt: wees je bewust van je doel, en probeer dat te bereiken. Wees daarbij innovatief, creatief, bewust van mogelijkheden en onmogelijkheden. Denk goed na, en durf ook wat.

Gewoon doen

Je moet ook naar een kerk willen en durven kijken alsof het een gewone organisatie is. De wetten van het gewone leven blijven van toepassing op de kerk. Ik merk dat we daar snel zweverig worden. Maar het is heel simpel: als een kerk leeg loopt, zijn drastische maatregelen op den duur onvermijdelijk. Woorden alleen helpen dan meestal niet. Natuurlijk geloof ik ook dat de kerk meer is dan een gewone organisatie. Het is de kerk van de Heer. Maar ze blijft een gewone organisatie met een meerwaarde die haar los maakt van het gewone leven. Dat besef is m.i. niet erg sterk ontwikkeld in de kerk. Prachtige vergezichten, meeslepende idealen, grote woorden: daar zijn we vaak goed in. En daar is niets op tegen. Het wordt pas een probleem als de idealen en vergezichten op gespannen voet met de realiteit staan. Er is niks mis met dromen. Maar dagdromerij is een valkuil.
De eigen geschiedenis
Het helpt enorm om je te verdiepen in de geschiedenis van de wereld van kerk en geloof. Die geschiedenis is rijk, ook aan veranderingen. Wij menen vaak dat bepaalde aspecten van bijv. liturgie, kerkmuziek, bijbeluitleg en manieren om de kerk te besturen er altijd geweest zijn. Alsof een bepaalde psalmberijming rechtstreeks uit de hemel kwam vallen. Alsof er altijd ouderlingen en kerkenraden geweest zijn zoals wij die nu kennen. Mooi niet. Dat is allemaal sterk aan verandering onderhevig geweest in de loop van eeuwen. Steeds bewoog de kerk mee op de golven van de tijd. Soms ging dat langzaam, soms voltrok zich een snelle drastische omwenteling (zoals de Reformatie, of de Afscheiding). Daarvan kennis te nemen helpt enorm om je eigen emotie en traditie kritisch te leren bezien. En dat scherpt de blik om de kansen te ontwaren die er zijn.

Wat nog meer helpt: doelbewust

Een kerkenraad die lijkt op een kruiwagen met kikkers zal moeilijk leiding kunnen geven aan een gemeente (wat wel zijn taak is). Als we ons allemaal laten leiden door onze eigen emoties, tradities en idealen is een gemeente zo’n kruiwagen met kikkers. Kerken die ondanks de ontkerkelijking groeien (en daar zijn er veel van, ook in onze regio!) zijn veelal kerken met een duidelijke identiteit. Die identiteit werkt samenbindend en geeft doel en zin aan het leven van de gemeente. Uiteraard zal zo’n identiteit nooit knellend kunnen zijn. In een gemeente met 1000 leden blijven er 1000 meningen, wat je ook afspreekt over visie, missie en identiteit. Maar als 1000 mensen over hun eigen schaduw heen kunnen stappen en doelbewust samen kunnen werken – dan kan er iets op gang komen, dan kan er opgebouwd worden. Als 1000 leden hun eigen emoties en tradities koesteren verlamt dat en geeft dat eindeloos stof voor conflicten – zo nuchter is dat.

Kortom:

Wil je in deze tijd de kerk opbouwen, dan is er talent nodig. Dat begint waar mensen zich bewust zijn van hun traditie en emotie, en die ook kritisch tegen het licht kunnen houden. Een gemeenschappelijk doel is een voorwaarde om samen iets te kunnen opbouwen. Dat doel is niet mijn of jouw ideaal van kerk, maar het Koninkrijk en de kerk van de Heer.

Ds. Egbert Egberts

Kerk Onderweg: waar staan we? (3)

 
Inleiding
Onder de titel ‘Kerk Onderweg’ presenteer ik jullie als lezers  een serie artikelen in deze kerkbode. Dat is ook de vrucht van een studietraject dat ik onlangs kon afronden. Van 2016-2018 volgde ik een training in het kader van de verplichte nascholing voor predikanten: ‘Missionaire Specialisatie voor Predikanten’. Opzet is uiteraard om bezinning en gesprek in de gemeente op gang te brengen. Binnenkort hoop ik op een vrijdagavond gelegenheid te hebben om met u/jullie in gesprek te gaan over de artikelenserie. Ik laat u de datum weten, alvast welkom!

In dit derde artikel presenteer ik u in ’t kort de gedachten van 2 Nederlandse hoogleraren over de ontwikkelingen in de kerk en de toekomst van de kerk, en de kansen en mogelijkheden die daar liggen.
Allereerst Stefan Paas. Hij is hoogleraar in Kampen en Amsterdam.  Hij staat te boek als een spraakmakend en origineel theoloog die geen blad voor de mond neemt. Onlangs ontving hij de titel ‘Theoloog van het Vaderland’. In zijn boek ‘Vreemdelingen en Priesters’ gaat prof. Paas uitgebreid in op de diverse manieren waarop kerken reageren op de uitdagingen waar ze in deze tijd voor staan.  Een centrale gedachte in zijn boek is dat veel christenen het effect en de diepgang van de secularisatie onderschatten. Er is in West Europa gewoonweg veel minder belangstelling voor de wereld van kerk en geloof dan in de afgelopen 100 jaar. De band die er eeuwenlang was tussen de heersende cultuur en de christelijke traditie verdwijnt. In Europa waren er altijd hechte banden tussen kerk en staat. Maar Europa ontkerstent. De christelijke gloed die over dit deel van de wereld hing verdwijnt. Christenen worden/zijn een minderheid. En dat is uniek in de geschiedenis van christelijk West Europa. Prof. Paas schetst hoe lastig kerken het vinden om op die ontwikkelingen in te spelen. Met name de grote volkskerken vinden het moeilijk om een minderheidspositie te accepteren. Er blijft in dat soort kerken een sterk verlangen om een samenleving te kerstenen, te redden of te transformeren. Er blijft een sterke oriëntatie op politieke en maatschappelijke processen. Zo schreef onlangs nog ds. de Reuver, scriba van de P.K.N. dat de kerk ‘het morele kompas voor de samenleving’ is.
Paas stelt daar een ander model van kerk tegenover: ‘Vreemdelingen en priesters’. Het bijbelboek Daniel vormt daarbij een uitgangspunt. Daniel is een vreemdeling in Babylonie, deel van een kleine religieuze minderheid in een groot en (soms) vijandig land. Ondanks zijn vreemdelingschap behoudt Daniel zijn identiteit. Hij probeert niet heel het Babylonische rijk voor het Jodendom te winnen. Maar juist omdat hij zichzelf blijft gaat er kracht van hem uit. Die kracht heeft invloed en doet goed. Uiteindelijk doet het zelfs de hele samenleving goed: Daniel krijgt een soort priesterlijke rol in het land waar hij woont. Zo, in grote lijnen, presenteert Paas een model van kerk-zijn dat niet primair gebaseerd is op tradities of grootse idealen, maar op de vraag wat past in deze tijd: christenen als vreemdelingen priesters in een geseculariseerd land. Blijf jezelf (de vreemdeling), maar wees vanuit die identiteit ook dienstbaar (priesterlijk).
Een andere benadering kiest Henk de Roest. Hij is hoogleraar in Leiden en schreef een boek met de titel: ‘Een huis voor de ziel’. Met ‘huis’ bedoelt hij niet per se een kerkgebouw! Het gaat prof. de Roest hier om: hij gaat ervan uit dat er nog heel veel vormen van geloof zijn bij mensen in de samenleving om ons heen. Die vormen van geloof vinden vaak geen aansluiting meer bij het reguliere kerkelijk leven. Op welke wijze kan de kerk verbinding leggen met deze mensen? Hoe kan de kerk verbindingen leggen met bijv. niet-kerkelijke instellingen, verenigingen en organisaties? Volgens de Roest dienst de kerk zich radicaal te openen voor buitenstaanders (‘naar buiten gaan’). Tegelijkertijd benadrukt hij het belang van wat hij omschrijft als ‘naar binnen gaan’: de geloofsgemeenschap dienst steeds opnieuw ‘naar binnen te gaan’ om vanuit het geheim van het geloof te leven. In de ondertitel van het boek ‘een huis voor de ziel’ zijn beide bewegingen (naar binnen en naar buiten) voelbaar: ‘Gedachten over de kerk voor binnen en buiten’.
De Roest benadrukt dat er ruimten nodig zijn waar wordt bewaard en toegelicht wat in de bijbel wordt verteld en geschilderd. Die ruimten hoeven niet per se kerkgebouwen te zijn. Het kan ook bijv. gaan om nieuwe vormen van (protestantse) kloostergemeenschappen, die ook in ons land opkomen. In zijn boek geeft de Roest tal van voorbeelden over verbindingen tussen kerk en de wereld eromheen: de honderden kerkvrijwilligers in het justitiepastoraat, de Bethelkerk in Amsterdam-Noord die een ruimte biedt aan hobbyisten en beroepskunstenaars voor exposities, de Domkerk in Utrecht die bij grote christelijke feesten met activiteiten voor een breed publiek aansluit bij de festivals in de stad, activiteiten voor toeristen op Terschelling, het ‘Kulturhus’ in Laren (Gld.) waar de kerk een onderdeel van is, de straatpastores die in diverse steden werkzaam zijn.
Dit is zomaar een korte presentatie van de gedachten van 2 leidinggevende theologen over de toekomt van de protestantse traditie in ons land. Uiteraard valt daarover veel meer te zeggen, en zijn er tal van anderen die ook het nodige geschreven hebben wat de aandacht verdient. Dat voert allemaal te ver voor een paar artikelen in onze kerkbode. Mijn doel was u even te laten kennis maken met de bewegingen die gaande zijn in en rondom de P.K.N., en de gedachten die daarbij de ronde doen over de kerk van de toekomst. In het afsluitende artikel hoop ik u 2 concrete voorbeelden te laten zien.
Ds. Egbert Egberts

Kerk Onderweg: waar staan we? (4)

 ‘Is dit ook kerk?’

Inleiding
Onder de titel ‘Kerk Onderweg’ heb ik  jullie als lezers een serie artikelen gepresenteerd in deze kerkbode. Dat is ook de vrucht van een studietraject dat ik onlangs kon afronden. Van 2016-2018 volgde ik een intensieve training in het kader van de verplichte nascholing voor predikanten: de ‘Missionaire Specialisatie voor predikanten’. Opzet is uiteraard om bezinning en gesprek in de gemeente op gang te brengen. Vrijdagavond 8 maart is er gelegenheid om in gesprek te gaan over de artikelenserie, welkom! Meer info daarover elders in deze kerkbode.
In dit afsluitende artikel geef ik 2 voorbeelden van nieuwe vormen van kerk die opkomen: Nijkleaster en Kliederkerk.

Nijkleaster: een nieuwe vorm van Protestantse kloostergemeenschappen
Onlangs was ik in het Friese dorpje Jorwerd. Een dorp met ca. 300 inwoners, een café en een prachtig oud kerkgebouw (zie de foto op de voorpagina). In 1996 schreef de bekende historicus Geert Mak een beroemd geworden boek: ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’. Het boek beschrijft de omwenteling die zich voltrok op het Friese platteland in de afgelopen decennia. Inmiddels is wel duidelijk dat God niet uit Jorwerd verdwenen is. De P.K.N. begon er een nieuw project: Nijkleaster (overigens niet in reactie op het boek van Geert Mak). De oude dorpskerk was nauwelijks nog in gebruik voor erediensten op zondagen, maar kreeg een nieuwe bestemming voor een protestantse kloostergemeenschap. Opzet daarbij is niet zozeer een besloten gemeenschap van celibatair levende monniken. Integendeel. De kerk van Jorwerd is heel vaak open. De Lions komen er, de Rotary, kerkenraden organiseren er bezinningsbijeenkomsten, elke woensdag is er een stiltewandeling waar veel belangstelling voor is, en met regelmaat zijn er korte vieringen (en zeker niet alleen op zondagen).
Dit is niet zomaar een leuk idee. Dat is het, maar daaronder gaan diepere gedachten schuil. Ik zag op een oude kaart hoe Friesland tot de Reformatie tientallen kloosters telde. De Katholieke Kerk had uiteraard haar parochies in de dorpen. Maar daarnaast was er een netwerk van kloosters en abdijen. Die waren belangrijk voor onderwijs, cultuur en economie. Maar het waren ook pleisterplaatsen: je kon er terecht voor een moment van bezinning of retraite. Je kon je er ook even terugtrekken. Je kon er vieringen meemaken. Je kon er terecht voor een goed gesprek, ook een pastoraal gesprek.
Toen de Reformatie werd doorgevoerd in Friesland werden alle kloosters steen voor steen afgebroken. De stenen werden opnieuw gebruikt, de bezittingen van de kloosters verdwenen in de staatskas (dat noemen wij vandaag de dag ‘belasting’). Zo verdween een complete vorm van aanwezigheid van kerk. En zo verdwenen de pleisterplaatsen waar je op verhaal kon komen en nieuwe inspiratie kon vinden. De parochiekerken bleven. De Reformatie veranderde niks daaraan. Elk dorp behield de dorpskerk. Die werd aan de binnenkant wit gepleisterd. En de laatste priester werd vaak de eerste dominee. De nieuwe protestantse traditie zette de parochiekerken voort, maar verloor een dimensie van kerk: de pleisterplaats.
Er is sinds een paar decennia een hernieuwd verlangen naar deze oude vorm van kerk: de kerk als klooster en pleisterplaats. Taizé en Iona zijn voortrekkers. Tienduizenden (vooral) jonge mensen maakten de reis daar naartoe en vonden inspiratie. Een oeroude vorm van kerk kreeg een nieuwe vorm. Nu dus ook in eigen land, zoveel dichter bij huis. Kijkt u eens op de website: www.nijkleaster.nl Nee, deze vorm laat zich niet zomaar overzetten op onze Kruiskerk. Dat moet je ook niet willen. Maar Je kunt er naartoe gaan, donateur worden, er rust en inspiratie zoeken, of gewoon een uitje naar het mooie Friesland. Je kunt je ook afvragen hoe wij onze kerkgebouwen inzetten. Maar bovenal: je mag geloven dat nieuwe - soms aloude - vormen van kerk opkomen waar zoveel lijkt te verdwijnen: God is niet verdwenen, ook niet uit Jorwerd.
In de kerk in Jorwerd hangt dit gedicht van Eppie dam op grote vaandels, in het Fries en Nederlands:

Huis om stil te zijn

Uit straten ronkend en rumoerig
heb ik een weg, een plek gezocht;
ik vond, het hart beklemd en roerig,
een huis gebouwd uit ademtocht.
 
Uit woordenvloed ben ik gekomen
Genaderd tot de bron van rust;
Niet om er zomaar weg te dromen
Maar stil te zijn naar hartelust.
 
Hier klinkt de taal niet angstaanjagend
En daal ik tot mijn wezen in,
In stilte die bevrijdt, ontwapent:
Een stem die spreekt van dieper zin.
 
Het veilig masker mag doormidden,
Ik toon mezelf een waar gezicht;
Terwijl – geopend – handen bidden:
Ontvangen, weerloos, vederlicht.
 
Ik voel me als herdacht, herboren -
Het eelt, de ziel opnieuw doorbloedt;
Ik ga, weer mens als ooit tevoren,
De wereld anders tegemoet.
 
De Kliederkerk (‘Messy Church’)
In het najaar van 2017 was ik te gast in Londen bij een Anglicaanse gemeente. In de betreffende wijk van de stad waren 4 kerkgebouwen. De kerkgang liep terug, er was sprake van vergrijzing. De bisschop besloot dat dingen anders aangepakt moesten worden (de Anglicaanse kerk is wat hiërarchischer dan wij gewend zijn, en dat heeft soms ook voordelen). Toen ik het kerkgebouw betrad bleek dat alle banken en het orgel verwijderd waren. In de kerkzaal waren op 6 plekken tafels en stoelen voor kinderen geplaatst, met op de tafel in het midden knutselmateriaal en werkvormen. Voor in de kerk stond een grote tent. Achter in de kerk mijn Engelse collega met een keyboard. In de keuken waren grootouders bezig om een maaltijd te bereiden. Ook ik moest er aan geloven. Want opeens stroomde de kerk vol met tientallen kinderen en hun ouders. Voor ik het in de gaten had zat ik met een groep kinderen te knutselen (niks voor mij, dacht ik nog). Het thema was ‘De Goede Herder’, en aan elke tafel was een werkvorm rondom dat thema. Kinderen en hun ouders (dus niet je kinderen afgeven, nee, ouders doen mee) doorliepen alle stadia van het knutseltraject. Na afloop was er een korte afsluitende viering met alle kinderen vooraan in de kerk in de tent. Samenzang, uitleg, gebed, een afsluitende kinderzegen. En dan de maaltijd, want Engelsen eten de hele dag, ook in de kerk. ‘Messy Church’, zo heet deze viering. In het Nederlands wat plastisch vertaald met ‘Kliederkerk’.
Na afloop sprak ik e.e.a. door met de Engelse collega. Hij sprak tegen mij woorden die mij in beweging hebben gezet: ‘This is also Church’, ‘Dit is ook Kerk’. Daar gaat het inderdaad om: om nieuwe vormen van kerk. Waar is de kerk? Daar waar Jezus aanwezig is. Daar waar 2 of 3 in zijn naam zijn. Daar waar de schriften opengaan. Daar waar het brood gebroken wordt. Daar waar harten branden tijdens het geloofsgesprek. Dat is kerk. De rest is de organisatie erom heen.
Is dit ook Kerk?
De meest recente uitgave van het tijdschrift ‘Bezinning’ van de Raad van Kerken draagt deze titel: ‘Is dit ook kerk?’. De ondertitel luidt: ‘Hoe kerk-zijn verrassend gestalte krijgt’. In het tijdschrift veel meer voorbeelden van nieuwe vormen van kerk dan ik u hier geven kan. Maar daarover moeten we inderdaad met elkaar in gesprek. Zitten we niet wat te strak in het pak als protestantse kerk? Is kerk alleen de dienst op klassieke wijze van 9.30u tot 10.30u op zondagmorgen? Dat zullen weinigen beamen, maar toch lijken we redelijk vast te zitten in deze vorm van kerk-zijn. Jarenlang gingen de gesprekken in onze kerken vooral over de leer, de liturgie en over vormen van samenwerking tussen kerken. Wordt het tijd voor een andere benadering? Vragen jonge generaties (voor zover nog bezig met kerk) niet om nieuwe vormen van kerk, nieuwe wijzen van zang en muziek, van eredienst? De P.K.N. spreekt over ‘Terug naar de Bron’, maar wat is dan de oervorm van kerk-zijn? En wat is aangeslibd in de loop van eeuwen, wat is traditie, en kan en mag dus anders? M.i. zijn dit de vragen voor onze kerk in deze tijd.
 
Ds. Egbert Egberts