feed-image RSS-feed

Dakloos

‘Zo, hier is het ten minste lekker warm. Dat is voor mij wel eens anders geweest.’ Hij gooit zijn jas over de stoel en warmt zijn handen aan zijn kopje koffie. We hoeven niets meer te vragen. Zijn woorden komen vanzelf.
‘Mijn tweede vrouw zei op nieuwjaarsdag: “Ga maar.” Gelukkig Nieuwjaar hè!’
Ik ging en nam niets mee. En waar moest ik heen? Ik heb een poosje bij een vriend geslapen. Maar dat houdt een keer op. Toen vond ik een plaatsje bij de sluis. Ik sliep in een buis! Droog en niemand die je ziet. Het was verder wel behelpen. Op mijn werk probeerde ik me te wassen en om te kleden. Maar het ging op den duur wel opvallen dat ik steeds in dezelfde kleren liep..’
We schenken thee in voor de vrouw die binnenkomt. Er staat een vraag op het theezakje. Wat is de titel van je leven? ‘Drama’ zegt de man. ‘In één woord.’
De vrouw knikt. ‘Dat van mij ook. Mijn leven gaat van ramp op ramp. Het begon al bij mijn geboorte. Mijn moeder deed mij weg. Blijkbaar wilde ze mij niet. Ik werd geadopteerd. Toen ik negen jaar was werd ik geschept door een auto en lag ik wekenlang in coma. Sindsdien doet mijn hoofd het niet zo goed meer. Toen ik trouwde werd ik mishandeld door mijn man. Hij stond mij vaak achter de deur op te wachten om onverwacht toe te slaan. Het was zo erg dat de baby in mijn buik doodgeboren werd. Ook het tweede kind heeft hij doodgeschopt. Ik kon niet thuisblijven.’
‘Heb jij ook buiten geslapen?’ De man heeft een lotgenoot gevonden.
‘Ik sliep onder een brug. Overdag doolde ik wat rond. Ik had geen idee wat ik moest beginnen. Tot ik ging bidden.’
Ze glimlacht en de kruisjes in haar oorbellen lichten op. ‘Je gelooft het misschien niet, maar opeens was daar een onbekende vrouw die me mee naar haar huis nam. En later kwam ik in een ‘Blijf van mijn lijf huis’. Daar heb ik jaren gewoond. Mijn man bleef mij maar stalken, zelfs nu nog. Ik woon weer op mezelf maar ik voel me soms nog bedreigd. Dan denk ik: waar is God?
De man schudt nadenkend zijn hoofd. ‘Maar Hij ìs er. Nu weet ik dat Hij er al die tijd was. Ik ben tot mijn recht gekomen ondanks al het onrecht dat mij is aangedaan. Blijkbaar had ik dat drama nodig in mijn leven. Toen ik trouwde kwamen er 300 ‘vrienden’ op mijn feest. Maar nu weet ik wie echte vrienden zijn. En God is de beste!’
‘Nou...’ zegt de vrouw. ’Ik had laatst ook het huis vol op mijn verjaardag. En daarna ben je gewoon weer vreselijk alleen met al je pijn. Het is zo moeilijk om God te blijven ervaren in alles. De vrede komt en gaat.’
We bidden samen om vrede en uitzicht. Haar ogen stralen als ze zich losmaakt uit de omhelzing. ‘Ik moet gaan’ zegt ze zacht. ‘Maar nu ben ik niet meer alleen’. 
Arna van Deelen

↑ Top  

© Gereformeerde Kerk - Nijkerk 2017   Leden   Account aanmaken?   ANBI