‘Ze werd honderd…helaas.’


Ze is oud en gebrekkig. Maar ze stuurt behendig haar rolstoel de Huiskamer in. Het is duidelijk niet de eerste keer dat ze hier komt. Haar handen vouwen zich dankbaar om het kopje koffie.
‘Och, zucht ze. Wat fijn om hier weer even op adem te komen. En…’ Haar ogen lichten op. ‘Dat ik mijn verhaal kan doen. Dat deed ik vroeger nooit. Je hing de vuile was niet buiten. Maar het heeft mijn hele leven kapot gemaakt.’
Ik kijk haar vragend aan. Ze heeft geen aansporing meer nodig.
‘Mijn moeder was een tiran. Ik deed altijd wat zij zei. Toen ik trouwde, moest ik van haar op de bovenverdieping gaan wonen. Ze liep altijd zomaar binnen. Dat was normaal. Mijn man zei dan dat ik begon te trillen als ze eraan kwam. Ik had het niet door van mezelf. Ze kwam ’s avonds checken of ik er wel in lag. ’s Morgens of ik wel op tijd was opgestaan. Ik had geen eigen leven. Mijn vader overleed jong. Hij kon niet tegen mijn moeder op. Mijn man overleed aan kanker en van mijn tweede man ben ik gescheiden. Uit liefde, dat wel. We konden niet meer samenleven als man en vrouw. Hij was aan het dementeren en door alle omstandigheden leek dit het beste.
‘En je moeder?’
‘Die bleef zich met mij bemoeien, nog meer toen ik geen man meer had. Ze is honderd geworden.. helaas..’
We begroeten een andere vrouw die binnenkomt. ‘Wat fijn dat je er bent!’
‘Ja, ik blijf niet zolang hoor. Als jullie maar niet over corona gaan praten’ verzucht ze. ‘Ik heb een nieuwe wasmachine, trouwens.’
De andere gasten praten verder met haar, terwijl ik me weer op de vrouw in de rolstoel richt.
‘Wat een moeilijk leven heeft u dan gehad!’
Ze knikt. ‘Verschrikkelijk moeilijk. Maar er is er Een die me hier doorheen heeft geholpen. Zonder God had ik dit nooit gered.’
De andere gasten knikken.. ‘Je moet altijd blijven vertrouwen! roept een vrouw die net moeizaam is gaan zitten. Haar stok legt ze behoedzaam naast zich neer. ‘Als die jonge vrouw me toen niet had meegenomen naar de kerk had ik het bijltje erbij neergegooid!’
Ze beginnen elkaar te bemoedigen. Ik glimlach en zwijg. Er valt niets meer aan toe te voegen.
‘Maar nu’, gaat de vrouw in de rolstoel verder ‘moet ik weer worden geopereerd. En door de corona wacht ik al heel lang.’
De vrouw van de nieuwe wasmachine staat op en trekt haar jas aan. Zonder iets te zeggen loopt ze naar de uitgang. ‘Wat heeft die nu ineens? vraagt de vrouw in de rolstoel.
‘Corona, denk ik’ en ik schud lachend mijn hoofd.
De vrouw haalt haar schouders op en zegt dan: ‘Ik zou het niet erg vinden hoor… corona.. en doodgaan. Ik verlang ernaar om heen te gaan. Naar mijn echte Vader. Hij geeft mij meer dan een vader en moeder op aarde mij ooit kunnen geven.’
Haar getuigenis blijft in de ruimte hangen. De andere gasten zijn er stil van. De vrouw zet haar kopje neer en haalt de rolstoel van de rem.
‘Het was goed’ zegt ze zacht. Dank je wel voor het gesprek. ‘
Ik knik haar lachend toe. Zij heeft haar verhaal gedaan. Ik heb geluisterd.
Terwijl ze rustig de huiskamer uitglijdt, wordt er op mijn schouder getikt.
Een jongeman die al een tijdje bij de hoge tafel heeft zitten praten, kijkt me aan.
‘Heb je mij wel gezien? vraagt hij.


Arna van Deelen


© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy