Laat het advent zijn.


In Johannes 5 staat het aangrijpende verhaal van de zieke in het bad van Betzata. Hij lag daar al 38 jaar. Achtendertig jaar! Wat een eindeloze en hopeloze tijd. Hij moest, als het water ging bewegen, als eerste in het bad zien te komen, want dat deed de engel van de Heer die genezing bracht, geloofde men. Al 38 jaar lukte dat hem niet met zijn zieke lijf. Hij was daar gebracht uit geloof in God. Maar welk geloof laat iemand 38 jaar over aan een hopeloze onderneming? Een geloof dat weet van een God die het allemaal regelt? Dat was geen advent, dat was geen leven in de verwachting van het komen van de Heer.
Totdat de Heer Jezus hem zag. Hij sprak hem aan in zijn hopeloosheid. “Wilt u gezond worden?” Ja, dat had al 38 jaar geduurd! “Er is niemand om mij te helpen” zei de man. Wat verschrikkelijk als iemand moet zeggen dat er niemand voor hem of haar is. Ja, ze hadden hem daar aan die hopeloze onderneming overgeleverd. Hij kreeg zijn eten en drinken en kleding. Maar niemand keek naar hem om in zijn nood. De menselijke aanwezigheid van de Heer maakte het anders. Meer mens dan welke andere mens dan ook. Gods hulp komt maar sporadisch zonder menselijke inbreng.
Van de Heer wordt geregeld gezegd dat Hij met ontferming werd bewogen om mensen die Hij tegenkwam. In de nieuwe vertaling staat “medelijden”, maar dat kan misverstanden opleveren dat een medemens van medelijden beter wordt. Ontferming is de aanduiding in de Bijbel dat bij iemand zijn ingewanden zich omdraaien, dat er door iemands hele lijf een golf gaat van meevoelen met de ellende van een ander. Je ingewanden draaien zich binnenste buiten, zo word je erdoor geraakt, dat is ontferming. God wordt niet méér en dieper gekend dan in zijn ontferming. Hij van wie de psalm zegt “Die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken”. Gods aanwezigheid komt het meest uit in Zijn ontferming en hoe vinden we die dan door de menselijke ontferming die we van onze Heer Jezus kennen en die mag verder gaan doordat ook wij ons ontfermen over elkaar en over alles wat ons is toevertrouwd?
Zó mogen we het hebben over het komen van Hem die ís gekomen en die komt. Zijn komen gaat niet buiten ons leven uit geloof om, niet zonder dat Gods ontferming in ons in navolging van de Heer menselijke gestalte mag krijgen. Zijn komen is een zaak van geloof, niet van feiten die zich voltrekken en waar we alleen maar op hoeven te wachten.

De genezing van deze man vond plaats op de dag van de Heer. En wat is beter op zijn plaats dan dat op die dag het Woord van de Heer zich daadwerkelijk voltrekt en dat Zijn ontferming mensen weer terug brengt naar een menswaardig en menselijk bestaan. Als de man dan op deze dag tegen de letterlijke regels in met zijn matras loopt zegt Jezus: “Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook”. Rustte dan de Vader niet op de zevende dag? Ook de Heer Jezus richtte zich niet naar letterlijke teksten. Moet de zevende dag misschien nog aanbreken omdat de schepping nog steeds , zoals Paulus zegt, met reikhalzend verlangen uitkijkt naar het openbaar worden van Gods kinderen? (Rom.8:19). Laten ze aan het licht treden met het uitdragen van Gods ontferming.

We bidden in de kerk wel om Gods ontferming. Laten we niet vergeten dat die in onze wereld vooral gestalte krijgt doordat mensen elkaar ontferming tonen. Of we kunnen het ervaren doordat we onszelf kwijt kunnen in de natuur en zo merken hoe het leven zich over ons ontfermt. Of we merken het doordat we ons kwijt kunnen in de kerk of ook in gezelschappen en partijen en feesten en uitspattingen, in de danszaal of disco of theater, op reizen of waar ook, alles wat nu soms in deze coronatijd dan ook zo node wordt gemist. Alles waaruit we weer energie putten om ons weer te ontfermen over elkaar en alles wat ons is toevertrouwd, taken, relaties of zelfs onze eigen eenzaamheid en verdriet en teleurstelling en frustratie.
Hoe kunnen we dat alles te boven komen zonder de ervaring van deze ontferming, waar mensen elkaar mee vooruit moeten helpen om elkaar niet weg te laten glijden in de hopeloosheid van wachten op wat in geen eeuwigheid komt. In die ontferming kan God voor ons een werkelijkheid worden, een geloofswerkelijkheid, maar zeker dan toch werkelijkheid. Dan ervaren we Zijn komen in deze wereld waarin Hij is gekomen, en waarin zijn komen ook met ons verder kan gaan. Dan is het werkelijk advent.

Anne Hogenhuis, legerpredikant b.d., Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy