Onzichtbaar lijden

In deze Veertigdagen- of lijdenstijd vraag ik uw aandacht voor verborgen leed.
Ieder kent het vijfde gebod uit de reeks van tien geboden: „Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here, uw God, u geven zal."

Een gebod met een belofte. Een vergeten gebod?
Bij bezoek aan zorginstellingen is mij meermalen een bepaald soort ‘ontering’ van ouders opgevallen. Niet dat kinderen hun ouders uitscholden of nooit bezochten. Wat dit betreft hadden velen niet te klagen. Dikwijls kwamen kinderen of kleinkinderen op bezoek in hun aanleunwoning of het zorgcentrum. Velen kregen voldoende aandacht van kinderen en kleinkinderen als is het volgens sommigen nooit genoeg.
“Maar je kunt er niet komen of de televisie staat aan met een of ander religieus programma. Al dat godsdienstig gedoe”, mopperden kinderen soms. Ze maakten er wel eens grapjes over. Dat vonden sommige ouders niet zo erg. Wat hen wel stoorde was dat kinderen er nogal eens de spot meedreven. Velen vonden het ook erg vervelend, dat wanneer er een kerkdienst of een ander godsdienstig programma op de televisie was, dat juist dan de kinderen of kleinkinderen op bezoek kwamen of opbelden. Er werd wel eens iets van gezegd maar toen snibbige opmerkingen daarop volgden, hielden velen zich maar stil.
Maar wat wil je ook. Veel kinderen en kleinkinderen ‘doen er niet meer aan’. Op zich lijden hier al veel ouders aan. Als een moeder weleens zei: ‘wij bidden geregeld voor jullie’, dan haalden ze hun schouders op. Enkele uitzonderingen daargelaten, maar vele nazaten konden of wilden geen respect opbrengen voor de godsdienstige behoeften van ouders c.q. grootouders.
Bij ouders ‘eren’ behoort m.i. ook dat je hun geloof en godsdienst respecteert. Misschien mag je zelfs zeggen, dat wie geloof en godsdienst vaarwel heeft gezegd, er zgn. ‘niet meer aan doet’, ook in zekere zin vader én moeder ‘onteert’. Of zeg ik daarmee te veel? Vroeger leerde je kinderen praten. Tegenwoordig lijkt het er soms op dat jongeren ouderen willen leren zwijgen. Naar mijn mening moet je ouders bedanken…en niet afdanken. Mocht je als ‘jongere’ toevallig dit stukje van een ‘ouwere’ eens onder ogen zien, denk hier dan ook eens even aan s.v.p.

Lijden rondom een levenseinde
Ze hadden rondom zijn sterfbed gestaan. Moeder en de kinderen. Ze konden het zich nog niet voorstellen, een leven zonder pa.
Vader was altijd nadrukkelijk aanwezig geweest. Wie de lakens had uitgedeeld was voor niemand een vraag geweest: moeder had de zorg voor het huishouden, vader beheerde de financiën. Vanaf nu zou alles anders worden.
Maar vader had ook een ‘erfenis’ nagelaten waarmee de oudste dochter het maar moeilijk had. Enkele weken voor zijn dood had vader haar plechtig laten beloven dat, wanneer hij er niet meer zou zijn, zij tot aan moeders dood voor haar zou zorgen.
Het was als een grote schok bij haar aangekomen. Het betekende dat zij haar baan zou moeten opgeven. Moeder was immers op leeftijd en hulpbehoevend. En die wilde thuisblijven en geen hulp van een ‘vreemde’. Wat lag er meer voor de hand dan deze oplossing? Vader had het altijd zo bekeken. Of de oudste dochter er ook zo over dacht was niet belangrijk. Dat haar relatie wel eens onder druk zou komen te staan was vers twee. Ze had nog even getwijfeld, maar toen vader met een beroep op het Bijbelse gebod: “eert uw vader en uw moeder” haar onder druk had gezet, had ze schoorvoetend ermee ingestemd.

Sterfbedbeloften
Tijdens mijn pastorale praktijk ben ik het nogal eens tegengekomen. Een ouder die sterft en tevoren opdracht geeft aan één van zijn kinderen om voor de overgebleven partner te zorgen tot zijn/haar dood. Dikwijls werd dit opgevat als een opdracht van Godswege. ‘Ik kan niet anders, want ik heb het hem/haar beloofd op zijn sterfbed’, zo was meestal de reactie. Met geen mogelijkheid kan een kind op dat moment overzien dat een stervende ouder heel kortzichtig gericht is op hetgeen hij of zij moet achterlaten en dat alle zorg zich focust op de achterblijvende geliefde. De belofte aan een kind is dan snel gevraagd en soms even snel beantwoord, want mag je een stervende iets weigeren?
Nogal eens heb ik pastorale gesprekken moeten voeren om te voorkomen dat een jonge vrouw haar leven zinloos zou opofferen aan de verzorging van een oude vader of moeder, alleen omdat het in de laatste uren gevraagd was. Voor een kind heeft dat verzoek het karakter van een gelofte gekregen. Het bleek dat vader noch moeder er nooit eerder over gesproken hadden, omdat zij vertrouwden dat het wel goed zou komen. Maar in de nood van het sterven, in het besef alles te moeten overgeven in vertrouwen op God, kon de stervende dat niet meer en regelde het nog even liever zelf. Een dergelijke belofte moet gezien worden als een geruststelling voor de stervende in zijn doodsangst en niet als een gelofte voor Gods aangezicht.
Gemakshalve wordt er, bewust of onbewust, voorbijgegaan aan ‘het lijden’ dat we daardoor de ander aandoen. Wie zich dat realiseert bedenkt zich wel twee keer alvorens een dergelijke last op iemands schouder te leggen.

Een andersoortig ‘lijden’
Zeker herken¬baar is de volgende situatie. Een jong stel met kinderen beklaagde zich erover dat ze nog nooit met het eigen gezin, waarvan de oudste al tien jaar was, kerstfeest en/of oud en nieuw hadden kunnen vieren. De ouders c.q. grootouders verwachtten en eisten dat ze jaar in jaar uit naar het ouderlijk huis zouden komen om daar die dagen door te brengen. Ook de schoonouders legden de laatste maand van het jaar extra beslag op hen. Voor het gezin met de jonge kinderen riepen de voorafgaande weken al de nodige spanning en irritatie op. Hun commentaar was: ‘Wij haten die dagen’. Maar hun ouders, die hen elk jaar voorhielden dat het wel eens de laatste keer zou kunnen zijn, genoten ervan. Neen zeggen tegen deze eis, met een verwijzing door de ouders naar het vijfde gebod, kwam niet in hun gedachten op. En de kleinkinderen hadden nooit ervaren wat een intieme gezinsviering zou kunnen betekenen. Opa en oma waren toch aardige mensen en misschien was het inderdaad wel de laatste keer dat ze die dagen samen zouden kunnen beleven. En je moet, ook al heb je het ouderlijk huis verlaten, je ouders toch blijven eren? Door hier het goddelijk gebod in stelling te brengen om persoonlijke behoeften te bevredigen worden m.i. grenzen overschreden. Gemakshalve wordt er, bewust of onbewust, voorbijgegaan aan de pijn die we elkaar daardoor soms aandoen. Ik hoor nog steeds de echo van die ene zin: ‘Wij haten die dagen…’

Bernhard H. Steenwijk (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)


© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy