Bijbellezen

 
De Bijbel, een boek dat ons zo vertrouwd is. En toch blijft het lezen ervan moeilijk. Het blijft een zoektocht naar de betekenis van de teksten en de manier waarop ze gelezen kunnen worden.
In mijn jeugd las ik de Bijbel letterlijk. Het staat er toch? En nog wel opgeschreven onder leiding van Gods Geest.
Ooit ‘verweet’ een klasgenoot op de kweekschool mij dat ik mij niet hield aan Gods Woord, want hij had in de Bijbel de oproep gevonden ‘wordt hervormd’. Tja, en daar zat je dan als gereformeerde maar mooi te kijk. Het zal duidelijk zijn dat deze wel heel letterlijke opvatting van een uit zijn verband gerukt tekstdeel niet kan. Al moet ik zeggen dat het voor wat betreft ‘hervormd worden’ aardig is goed gekomen nu wij als gereformeerden en hervormden deel uitmaken van de PKN.
Veel hangt bij de uitleg van de teksten af van de manier van kijken naar die teksten. Ligt daarbij de nadruk op de boodschap of meer op de historische werkelijkheid?
Op een avond van Vorming en Toerusting, ingeleid door Han Wilhelm uit Ermelo, zijn we gedoken in de verschillen tussen de christelijke leeswijze en de rabbijnse.
De rabbijnen lezen de Tenach (Oude Testament) in het Hebreeuws en Aramees met alle betekenissen die met deze woorden meeklinken. Bovendien speelt naast de Tora (de eerste vijf Bijbelboeken) de voor ons onbekende mondelinge Tora (Misjna) bij de uitleg een grote rol.
Wij lezen/verklaren het Oude Testament vaak vanuit het Nieuwe Testament. De vraag is of je daarmee op de juiste weg bent. Je kunt het ook omdraaien: het Nieuwe Testament verklaren vanuit het Oude.
Een mooi voorbeeld daarvan staat in Lucas 9 over de verheerlijking van Jezus op de berg. ‘En zie, twee mannen spraken met Hem’. Het zijn Mozes en Elia, de representanten van de wet en de profeten, oftewel het Oude Testament. Daaruit put Jezus zijn bemoediging en inspiratie om zijn weg te vervolgen. Die twee mannen zien we bij Lucas op cruciale momenten nog twee keer terugkomen (in Lucas 24: 4 bij het lege graf en in Handelingen 1:10 na de hemelvaart).
Verder verschilt ons begrip ‘waarheid’ van het joodse. In Psalm 25:5 staat: ‘Leid mij in uw waarheid (èmèt)’. Het Hebreeuwse èmèt heeft te maken met vast staan, betrouwbaar zijn. Voor ons, beïnvloed door het Griekse waarheidsbegrip, gaat het om een rationele, objectieve, meetbare realiteit. In het verlengde daarvan kun je zeggen, dat het in de joodse godsdienst vooral draait om de orthopraxie (de goede praktijk, levenswandel), terwijl het in het christendom nogal eens gaat om het juiste weten en het belijden van de ware dogma’s: orthodoxie.
Voor ons is het niet goed te begrijpen dat in de joodse theologie de Tora er al was vóór de schepping. Sterker nog: in een joods commentaar over het eerste woord van de Bijbel, beresjiet, staat: ’God keek in de Tora en schiep toen de wereld’.
Het gaat in deze commentaren om de boodschap en de betekenis, de historie is het punt niet. Er is geen vroeger en heden in de Tora. Zo kan in een rabbijns commentaar over Adam en Eva staan, dat zij, toen zij op sabbat uit het paradijs werden verdreven, de Sabbatspsalm (97) hebben gezongen.
 
Als je niet uitgaat van een aantal vaststaande dogma’s, maar van de praktijk van het leven, kun je door gewijzigde omstandigheden makkelijker je mening bijstellen, een tekst anders gaan zien. Dat betekent ook dat je verschillend over de uitleg mag denken. Daar zijn in de joodse traditie mooie teksten over.
 
‘De Heilige - Hij zij gezegend - sprak en zijn Stem ging uit en verbreidde zich over de gehele wereld. En de Stem verdeelde zich in zeven stemmen en van de zeven stemmen in zeventig talen. En waarom in zeventig talen? Opdat alle volkeren Hem zouden horen’.
Die zeventig volken staan voor de gehele bewoonde wereld en worden al genoemd in het verhaal van de nakomelingen van Noach in Genesis 10.
Een echo van deze gedachte komen we ook tegen in het bekende Pinksterverhaal. Zeven volken en tien landen somt Lucas op, zo heeft hij ze ‘alle zeventig’ ten tonele gevoerd.
De school van rabbi Jismaël leerde:
‘En zoals een hamer een rots zal versplinteren (Jer. 23:29b), en gelijk deze rots is verdeeld tot zoveel splinters, zo gaat één Bijbeltekst uit tot zoveel bedoelingen’.
Voordat u zou denken dat alles ter discussie staat in de joodse traditie, kan ik u geruststellen. Normatieve teksten zoals wetten en voorschriften (halacha) mogen maar op één manier worden uitgelegd.
Maar als het om verhalen, leerreden, gelijkenissen, poëzie en liederen (aggada) gaat, staan tegenstrijdige commentaren gewoon naast elkaar.
Buitengewoon interessant om hier kennis van te nemen, maar het grootste belang ligt volgens mij in het feit dat Jezus in deze joodse cultuur en dit rabbijns gedachtegoed is opgegroeid en van daaruit gepredikt heeft. Je zou kunnen zeggen dat voor een goed verstaan van Zijn bedoelingen een oriëntatie op de joodse manier van denken uit die tijd er gewoon bij zou moeten horen.
 
Gerrit van den Berg

↑ Top  

© Gereformeerde Kerk - Nijkerk 2018   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy