Jona: Gods dwarse en boze profeet

Dit jaar lezen we tijdens Advent het bijbelboek Jona in de erediensten in onze Kruiskerk. Dit artikel sluit daar bij aan.
Het boekje Jona heeft in de Bijbel een eigen plaats. Het verhaal legt de nadruk op de persoon Jona, en niet op de boodschap die hij verkondigde. In dat opzicht is het boek anders dan de meeste andere bijbelboeken. We lezen in het Oude Testament vaak over profeten. En daarbij leren we al lezend ook wel wat over hun karakters. Maar het boekje Jona gaat in hoofdzaak over de persoon Jona. De volle nadruk ligt op de mens Jona, op de keuzes die hij maakt, en op de houding die hij aanneemt. En daarbij is vanaf het eerste hoofdstuk dit wel duidelijk: God heeft heel wat te stellen met zijn dwarse en bozige profeet.
Jona worstelt met zijn woede, zo blijkt uit het verhaal. Daar ligt de achtergrond van het dwarse gedrag van Jona. In het kleine boekje wordt de boosheid van Jona een paar maal benoemd. Zo wordt Jona kwaad als blijkt dat de inwoners van Nineve zich bekeren en God de stad niet vernietigd. Als God vraagt naar de reden van zijn houding verwijst Jona naar zijn vlucht naar Tarsis, waar het boek mee begint: ‘Zei ik het niet, daarom vluchtte ik. Ik dacht wel dat U genadig zou zijn’. Daaruit blijkt dat Jona letterlijk en figuurlijk gedreven werd door wraakzucht en woede.
Aan het slot van het boek blijkt nogmaals dat Jona worstelt met zijn gevoelens van boosheid. Daarover gaat God met hem in gesprek. Een wonderboom geeft Jona de schaduw waar een mens zo naar verlangen kan als de zon steekt en de hitte onverdraaglijk wordt.
Maar deze wonderboom blijkt ook een knipoogje van God: ‘Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant’(4:6 e.v.). De wonderboom is dus ook bedoeld om Jona te helpen zijn boosheid te verwerken en te genieten van een goede gave.
Die opzet lijkt te mislukken.
Want Jona blijft onder zijn wonderboom bozig wachten op de verwoesting van Nineve – die niet volgt. Jona is zo gevangen in zijn boosheid dat hij de wonderboom niet als een prikkel van God om zijn kwaadheid te overwinnen kan zien. De wonderboom is voor Jona een welkome aanvulling op de opdracht die hij zichzelf gegeven heeft: toekijken hoe de boosheid van God de stad Nineve laat ondergaan. Maar Jona wacht tevergeefs op de wraak en woede van God – en dreigt als gevolg daarvan te verstikken in zijn eigen woede: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’
En dan verdort de wonderboom. Als reactie daarop geeft Gods dwarse en bozige profeet de moed op. Hij wil voor zichzelf de dood en beklaagt zich tegenover God. En dan klinkt als antwoord de vraag van God aan Jona die eigenlijk het hoogtepunt vormt van het hele boek: ‘Maar de HEER zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’ (Jona 4:4). Dat Jona tot nu toe nog niet veel geleerd heeft over zichzelf – en ook niet over God – blijkt wel uit zijn reactie op die vraag: Jona antwoordde: ‘Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’
De vraag van God aan Jona of hij terecht kwaad is, vormt in zekere zin het onderwerp van het boek Jona. God is boos op Nineve (en terecht!), maar kan vergeven en schenkt zelfs aan Nineve een tweede kans. In de ogen van Jona gaat Gods goedheid te ver. Ongetwijfeld heeft Jona zo zijn redenen om gevoelens van wrok en boosheid jegens Nineve te koesteren. Die stad was immers de hoofdstad van het rijk van de Assyriërs. Assyrië was een oorlogszuchtige en wrede grootmacht die Israël bedreigde. Voor de boosheid van Jona kunnen we dan ook wel begrip hebben.
Maar waar de boosheid van God verdwijnt, blijft Jona in zijn woede volharden. Sterker nog, de kwaadheid van Jona breidt zich uit. Dat is wat er kan gebeuren als woede niet onder controle is. De boosheid van Jona richt zich uiteindelijk niet alleen op Nineve. Jona wordt ook boos op God – en op zichzelf, als hij zichzelf dood wenst. Die woede wordt dus verwoestend en onvruchtbaar – als symbool daarvan verdort de wonderboom. De wonderboom leert een pijnlijke les: het goede dat er in Jona’s leven is verdwijnt omdat hij er niet echt dankbaar voor is en er ook niet echt van kan genieten. Woede kan verblinden, met als risico dat zelfs het goede dat er is niet meer gezien wordt.
Advent bezingt de komst van God in Jezus. Hij wees op profetische wijze aan wat recht en onrecht was en is in het menselijk handelen – zoals Jona deed. Niet zelden leidde dat tot woedende reacties, en uiteindelijk tot zijn lijden en dood.
Christenen geloven dat Hij leeft, en weer zal komen – het zal eens weer Advent zijn. Tot die tijd is God geduldig, en geeft mensen een nieuwe kans. De gemeente leeft van Advent naar Advent en laat zich niet meeslepen in woede of wraakzucht. Daarvoor is het geloof in Gods goedheid en geduld te sterk.
Ds. Egbert Egberts

↑ Top  

© Gereformeerde Kerk - Nijkerk 2017   Leden   Account aanmaken?   ANBI