Gezelligheid van het hoogste gezag

Geloven heeft voor mij alles te maken met gezelligheid. Als ik aan geloven denk dan denk ik aan vroeger. Het begon allemaal bij mijn opa en oma. Daar was het altijd gezellig. Elke zondag na de kerkdienst was het vaste prik om naar hen toe te gaan. Zaterdag, de dag ervoor, bakte mijn oma appeltaart. Er ging geen zondagochtend voorbij en het was raak… oma’s zelfgemaakte appeltaart bij de koffie en aan slagroom geen gebrek. Niet alleen op zondag was het fijn om bij hen te komen, maar ook gewoon tussendoor uit school, in de vakanties… even een kop thee drinken. Het huis stond altijd open. Zelfs spontaan mee eten was nooit een probleem. Ik herinner me nog dat na het eten de Bijbel open ging. Gek hé? Thuis bij mijn ouders wilde ik zo snel mogelijk van tafel gaan, maar bij mijn opa en oma kon het Bijbelverhaal niet lang genoeg duren. Wat was dat toch bij opa en oma? Een sfeer, een gevoel, een ervaring die moeilijk écht te definiëren is. En toch was het er. Niet één keer, maar blijvend.
 
Mag ik aan u een vraag stellen? Kent u een plek in uw leven, vroeger of nu, waar u nooit genoeg van kan krijgen? Een ruimte waar u helemaal uzelf kan zijn, waar u zich gerespecteerd voelt en waar u gewoon mag zijn wie u bent?
Dat is niet vanzelfsprekend, want misschien heeft u zo’n plek nooit of nauwelijks in uw leven gekend. Misschien voelde u zich wel aan de kant gezet door te moeten presteren om erbij te horen. Of had u het gevoel dat u de sterkste moest zijn om mee te tellen. Misschien is uw leven getekend door gebrek aan bevestiging en onvoorwaardelijke liefde waardoor u moet antwoorden: Nee, zo’n plek heb ik nooit gekend. 
Wat een voorrecht als u iets kent van zo’n plek en als u kunt antwoorden: Ja, ik ken een plek van gezelligheid van het hoogste gezag, een plek waar geloven geen vraag is maar een zekerheid wat elk moment van de dag doordrenkt en wat zelfs voelbaar is in een kop thee.
Kunt u zich voorstellen dat die plek God kan zijn? De psalmist uit de bekende Psalm 84 kan dit als geen ander. Hij verlangt ernaar om te wonen in het huis van de Heer. God bereidt voor ons een plaats in de hemel waar we na onze dood voor altijd mogen wonen. Een plek van de hoogste gezelligheid, aan de voeten van Jezus.
Maar dat is niet het enige wat de psalmist bedoelt. Wonen in het huis van de Heer heeft ook betrekking op het leven in het hier en nu. Net zoals een mus onderdak vindt en een zwaluw haar jongen in een nest legt, zo mogen wij een warm nest vinden bij de Allerhoogste. Dat is thuiskomen bij God. Een plek van innerlijke rust en vrede. Een plek waar je je niet beter voor hoeft te doen. Je mag zijn wie je bent. Daar waar het niet draait om prestaties. Daar is geen ruimte om opgejaagd te zijn. Ook wordt de door u opgetrokken muur van schuld teniet gedaan.
Thuis bij God viert gezelligheid van het hoogste gezag hoogtij!
 
Als wij die ‘heilige’ gezelligheid hebben gevonden bij God, mogen we dat uitdelen aan elkaar. Zo mogen we gemeente zijn. Het is deze week de feestweek. Eén en al ontmoeting en gezelligheid. Niet alleen horizontale gezelligheid onderling, maar ook verticaal vanuit de hemel ons gegeven. Zo mogen we als gelovigen ook het komende seizoen samen ontdekken hoe groot de liefde van Christus is die alle kennis te boven gaat: samen ontdekken de lengte, de hoogte en de diepte van Zijn liefde voor ons (Efeziërs 3:18). Daar hebben we elkaar voor nodig, daarom zijn we aan elkaar gegeven. 
 
Bouwen samen, hopen samen.
Werken aan Gods Koninkrijk.
Bouwen samen, hopen samen.
Op Zijn fundament.
 
Heidi Koster
Jeugdwerker

© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy