Kerk onderweg: ‘Is dit ook kerk?’

Inleiding
Onder de titel ‘Kerk Onderweg’ heb ik  jullie als lezers een serie artikelen gepresenteerd in deze kerkbode. Dat is ook de vrucht van een studietraject dat ik onlangs kon afronden. Van 2016-2018 volgde ik een intensieve training in het kader van de verplichte nascholing voor predikanten: de ‘Missionaire Specialisatie voor predikanten’. Opzet is uiteraard om bezinning en gesprek in de gemeente op gang te brengen. Vrijdagavond 8 maart is er gelegenheid om in gesprek te gaan over de artikelenserie, welkom! Meer info daarover elders in deze kerkbode.
In dit afsluitende artikel geef ik 2 voorbeelden van nieuwe vormen van kerk die opkomen: Nijkleaster en Kliederkerk.

Nijkleaster: een nieuwe vorm van Protestantse kloostergemeenschappen
Onlangs was ik in het Friese dorpje Jorwerd. Een dorp met ca. 300 inwoners, een café en een prachtig oud kerkgebouw (zie de foto op de voorpagina). In 1996 schreef de bekende historicus Geert Mak een beroemd geworden boek: ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’. Het boek beschrijft de omwenteling die zich voltrok op het Friese platteland in de afgelopen decennia. Inmiddels is wel duidelijk dat God niet uit Jorwerd verdwenen is. De P.K.N. begon er een nieuw project: Nijkleaster (overigens niet in reactie op het boek van Geert Mak). De oude dorpskerk was nauwelijks nog in gebruik voor erediensten op zondagen, maar kreeg een nieuwe bestemming voor een protestantse kloostergemeenschap. Opzet daarbij is niet zozeer een besloten gemeenschap van celibatair levende monniken. Integendeel. De kerk van Jorwerd is heel vaak open. De Lions komen er, de Rotary, kerkenraden organiseren er bezinningsbijeenkomsten, elke woensdag is er een stiltewandeling waar veel belangstelling voor is, en met regelmaat zijn er korte vieringen (en zeker niet alleen op zondagen).
Dit is niet zomaar een leuk idee. Dat is het, maar daaronder gaan diepere gedachten schuil. Ik zag op een oude kaart hoe Friesland tot de Reformatie tientallen kloosters telde. De Katholieke Kerk had uiteraard haar parochies in de dorpen. Maar daarnaast was er een netwerk van kloosters en abdijen. Die waren belangrijk voor onderwijs, cultuur en economie. Maar het waren ook pleisterplaatsen: je kon er terecht voor een moment van bezinning of retraite. Je kon je er ook even terugtrekken. Je kon er vieringen meemaken. Je kon er terecht voor een goed gesprek, ook een pastoraal gesprek.
Toen de Reformatie werd doorgevoerd in Friesland werden alle kloosters steen voor steen afgebroken. De stenen werden opnieuw gebruikt, de bezittingen van de kloosters verdwenen in de staatskas (dat noemen wij vandaag de dag ‘belasting’). Zo verdween een complete vorm van aanwezigheid van kerk. En zo verdwenen de pleisterplaatsen waar je op verhaal kon komen en nieuwe inspiratie kon vinden. De parochiekerken bleven. De Reformatie veranderde niks daaraan. Elk dorp behield de dorpskerk. Die werd aan de binnenkant wit gepleisterd. En de laatste priester werd vaak de eerste dominee. De nieuwe protestantse traditie zette de parochiekerken voort, maar verloor een dimensie van kerk: de pleisterplaats.
Er is sinds een paar decennia een hernieuwd verlangen naar deze oude vorm van kerk: de kerk als klooster en pleisterplaats. Taizé en Iona zijn voortrekkers. Tienduizenden (vooral) jonge mensen maakten de reis daar naartoe en vonden inspiratie. Een oeroude vorm van kerk kreeg een nieuwe vorm. Nu dus ook in eigen land, zoveel dichter bij huis. Kijkt u eens op de website: www.nijkleaster.nl Nee, deze vorm laat zich niet zomaar overzetten op onze Kruiskerk. Dat moet je ook niet willen. Maar Je kunt er naartoe gaan, donateur worden, er rust en inspiratie zoeken, of gewoon een uitje naar het mooie Friesland. Je kunt je ook afvragen hoe wij onze kerkgebouwen inzetten. Maar bovenal: je mag geloven dat nieuwe - soms aloude - vormen van kerk opkomen waar zoveel lijkt te verdwijnen: God is niet verdwenen, ook niet uit Jorwerd.
In de kerk in Jorwerd hangt dit gedicht van Eppie dam op grote vaandels, in het Fries en Nederlands:

Huis om stil te zijn

Uit straten ronkend en rumoerig
heb ik een weg, een plek gezocht;
ik vond, het hart beklemd en roerig,
een huis gebouwd uit ademtocht.
 
Uit woordenvloed ben ik gekomen
Genaderd tot de bron van rust;
Niet om er zomaar weg te dromen
Maar stil te zijn naar hartelust.
 
Hier klinkt de taal niet angstaanjagend
En daal ik tot mijn wezen in,
In stilte die bevrijdt, ontwapent:
Een stem die spreekt van dieper zin.
 
Het veilig masker mag doormidden,
Ik toon mezelf een waar gezicht;
Terwijl – geopend – handen bidden:
Ontvangen, weerloos, vederlicht.
 
Ik voel me als herdacht, herboren -
Het eelt, de ziel opnieuw doorbloedt;
Ik ga, weer mens als ooit tevoren,
De wereld anders tegemoet.
 
De Kliederkerk (‘Messy Church’)
In het najaar van 2017 was ik te gast in Londen bij een Anglicaanse gemeente. In de betreffende wijk van de stad waren 4 kerkgebouwen. De kerkgang liep terug, er was sprake van vergrijzing. De bisschop besloot dat dingen anders aangepakt moesten worden (de Anglicaanse kerk is wat hiërarchischer dan wij gewend zijn, en dat heeft soms ook voordelen). Toen ik het kerkgebouw betrad bleek dat alle banken en het orgel verwijderd waren. In de kerkzaal waren op 6 plekken tafels en stoelen voor kinderen geplaatst, met op de tafel in het midden knutselmateriaal en werkvormen. Voor in de kerk stond een grote tent. Achter in de kerk mijn Engelse collega met een keyboard. In de keuken waren grootouders bezig om een maaltijd te bereiden. Ook ik moest er aan geloven. Want opeens stroomde de kerk vol met tientallen kinderen en hun ouders. Voor ik het in de gaten had zat ik met een groep kinderen te knutselen (niks voor mij, dacht ik nog). Het thema was ‘De Goede Herder’, en aan elke tafel was een werkvorm rondom dat thema. Kinderen en hun ouders (dus niet je kinderen afgeven, nee, ouders doen mee) doorliepen alle stadia van het knutseltraject. Na afloop was er een korte afsluitende viering met alle kinderen vooraan in de kerk in de tent. Samenzang, uitleg, gebed, een afsluitende kinderzegen. En dan de maaltijd, want Engelsen eten de hele dag, ook in de kerk. ‘Messy Church’, zo heet deze viering. In het Nederlands wat plastisch vertaald met ‘Kliederkerk’.
Na afloop sprak ik e.e.a. door met de Engelse collega. Hij sprak tegen mij woorden die mij in beweging hebben gezet: ‘This is also Church’, ‘Dit is ook Kerk’. Daar gaat het inderdaad om: om nieuwe vormen van kerk. Waar is de kerk? Daar waar Jezus aanwezig is. Daar waar 2 of 3 in zijn naam zijn. Daar waar de schriften opengaan. Daar waar het brood gebroken wordt. Daar waar harten branden tijdens het geloofsgesprek. Dat is kerk. De rest is de organisatie erom heen.
Is dit ook Kerk?
De meest recente uitgave van het tijdschrift ‘Bezinning’ van de Raad van Kerken draagt deze titel: ‘Is dit ook kerk?’. De ondertitel luidt: ‘Hoe kerk-zijn verrassend gestalte krijgt’. In het tijdschrift veel meer voorbeelden van nieuwe vormen van kerk dan ik u hier geven kan. Maar daarover moeten we inderdaad met elkaar in gesprek. Zitten we niet wat te strak in het pak als protestantse kerk? Is kerk alleen de dienst op klassieke wijze van 9.30u tot 10.30u op zondagmorgen? Dat zullen weinigen beamen, maar toch lijken we redelijk vast te zitten in deze vorm van kerk-zijn. Jarenlang gingen de gesprekken in onze kerken vooral over de leer, de liturgie en over vormen van samenwerking tussen kerken. Wordt het tijd voor een andere benadering? Vragen jonge generaties (voor zover nog bezig met kerk) niet om nieuwe vormen van kerk, nieuwe wijzen van zang en muziek, van eredienst? De P.K.N. spreekt over ‘Terug naar de Bron’, maar wat is dan de oervorm van kerk-zijn? En wat is aangeslibd in de loop van eeuwen, wat is traditie, en kan en mag dus anders? M.i. zijn dit de vragen voor onze kerk in deze tijd.
 
Ds. Egbert Egberts

© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy