Omzien naar elkaar

’De bloemen in de dienst willen we als groet van de gemeente brengen aan mevrouw Roos, wonend aan de Rozenbottelstraat. Ze is net weer terug uit het ziekenhuis, na een vrij zware operatie. Wie wil ze na de dienst even bij haar langs brengen?’ Voordat je er erg in hebt, heb jij je hand opgestoken. Nadat je bedankt bent door de voorganger voor je spontaniteit, schrik je van jezelf want je doet zoiets voor het eerst. Je kent haar niet eens. Maar wie A zegt moet ook B zeggen en na de dienst sta je met een schitterend boeket in je hand. Het adres blijkt in het verpleegtehuis te zijn. Vierde verdieping, kamer 9. ’Kom binnen’, hoor je, als je klopt.
Ze lacht en verontschuldigt zich dat ze niet uit haar stoel kan komen - ze ziet er ook nog mager en zwak uit. Ze had het al gehoord van de bloemen, via de kerktelefoon, 'prachtig hoor!’
De koffie is al rond geweest’, verontschuldigt zij zich, ’maar daar staat een Senseo apparaat, als u wilt kunt u zelf wat maken'. Wat onwennig doe je dat. Ze vertelt al snel van alles, over vroeger, over haar enige dochter, die in het buitenland woont, over haar operatie - uitgebreid. Eigenlijk is het best gezellig. Ze geniet van het bezoek: 'De hele dag alleen maar die oude mensen om je heen’, zelf blijkt ze 82 te zijn. Na een half uurtje ga je weer. Ze wordt moe merk je, maar je mag gerust nog eens langs komen. En dat doe je, want ze woont vlakbij. En het was toch wel een heel aardige mevrouw.
 
Zomaar een voorbeeld uit de praktijk.  Toch blijkt het niet vanzelf te gaan. Zelfs bij een eenvoudig bezoekje als dit moeten we soms nog over behoorlijke drempels heen. De eerste is al, dat je zoiets niet gewend bent. Blijkbaar is het geen gewoonte meer om bij een ander gemeentelid zomaar aan te gaan. Hoe komt dat? Hebben we die gewone zorg voor elkaar te lang laten liggen en overgelaten aan ambtsdragers?
‘Zij zijn er tenslotte voor’. Er kan ook een andere reden zijn om bij iemand langs inplaats van aan te gaan. Een verpleeghuis kan een onbewuste drempel zijn.
Ook al woon je vlak in de buurt, als je er niets te zoeken hebt stap je niet zomaar binnen, omdat het een wereld is die vreemd voor je is. En zo zijn er meer leefwerelden die soms vreemd voor ons zijn in onze eigen woonplaats. Een psychiatrisch verpleeghuis, een opvangcentrum, mensen met een andere culturele achtergrond of geloof, werelden die voor ons vreemd kunnen zijn.
Nu is de kerk m.i. een van de weinige plaatsen waar die werelden elkaar kunnen raken. De plaatselijke gemeente kan daardoor een brug zijn tussen mensen die vreemden voor elkaar zijn...als het goed is.
Maar om die drempel over te gaan is niet zo eenvoudig. Je stapt niet makkelijk op iemand af die je niet kent. Ook al geloof je dat mensen iets voor elkaar te betekenen hebben. Ook al geloof je in een wereld waarin mensen open als kinderen naar elkaar zullen kunnen lachen en graag hun levensverhaal met je willen delen. Waarom dan niet gaan? Bang dat de ander zegt: Wat kom je doen…!
Toch, als je gaat valt het dikwijls mee en ga er je met een goed gevoel vandaan. Dan weet je dat het de moeite waard was om over de drempel heen te stappen.
’t Is waar, niet altijd is er een goed gevoel. Soms hebben teleurstelling en pijn diepe sporen in mensen achtergelaten. Dan kost het moeite een ander ’aardig’ te vinden. Maar heb je dan niet juist reden om te gaan? Nu niet omdat je het zelf leuk vindt, maar omdat je lid bent van de gemeente van Christus.
’Ja daar begint het al’, denk je nu misschien, ’je komt alleen maar problemen tegen als je je met anderen gaat bezighouden, in mijn eigen familie kom ik er al niet aan toe, is het al moeilijk genoeg. Is dat bezoeken niet een zaak van predikant en ouderlingen, van mensen die ermee kunnen omgaan.’ 
Misschien is het in sommige gevallen inderdaad een zaak van meer toegeruste mensen. Maar onderschat niet wat het kan betekenen als er zo maar eens iemand aan komt, zonder speciale reden of bijzondere opdracht, zomaar iemand. Aandacht voor een ander is niet altijd een bezoeking en moeilijke gesprekken. Soms is het maar een kopje koffiedrinken en wat hand en span diensten verrichten.
Het gaat trouwens niet helemaal op, dat de 'moeilijke gevallen’ een zaak zouden zijn van toegeruste mensen. Als je buurman ernstig ziek is zeg je niet: dat is een zaak van de predikant, die heeft ervoor geleerd. Je gaat toch ook zelf op bezoek in het ziekenhuis? En je helpt een handje als hij weer thuis is. Heel gewoon.
Als een predikant, geholpen door een handjevol ouderlingen en wijkbezoekers, verantwoordelijk wordt geacht voor het ’zielenheil’ van duizenden mensen is het voor de hand liggend dat veel werk, ook pastoraal werk blijft liggen.
Zolang veel gemeenteleden, bewust of onbewust, blijven denken: ’lk kan er niets aan doen, ik hoef er niet heen, dat doet de dominee, ouderling, de wijkbezoeker wel, blijven veel mensen in de kou staan. En zij die zich bezighouden met pastoraat voelen voortdurend dat zij te kort schieten, want er zijn altijd meer mensen die bezocht kunnen worden en er is altijd tijd te kort.
Wat zou het fijn zijn als we allemaal, een ieder naar de gaven die hij en zij ontvangen heeft, omzien naar elkaar. Dat niet enkel overlaten aan 'deskundigen’. Natuurlijk kunnen de taken dan nog steeds verdeeld zijn. Er zijn mensen die meer tijd hebben, er zijn mensen die beter in staat zijn anderen op te vangen, maar aandacht voor elkaar hebben, is iets wat we allemaal kunnen.
 
Tot slot een doordenkertje. Een verhaal van vier mensen genaamd: Allemaal, Iemand, Iedereen en Niemand.
Er moest eens een belangrijk werk verricht worden en Allemaal was er zeker van dat Iemand het zou doen. Iedereen had het kunnen doen, maar Niemand deed het. Daarover werd Iemand heel kwaad, want het was toch de taak van Allemaal.
Allemaal dacht dat Iedereen het wel zou doen, maar Niemand realiseerde zich dat Allemaal het niet zou doen. Het einde van het liedje was, dat Iedereen Iemand de schuld gaf, omdat Niemand deed wat Allemaal had kunnen doen….

Ds. B. H. Steenwijk

© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy