De voddenman, Martin Luther King en Mijnheer X.

Drie gebeurtenissen hebben de aanzet gegeven tot het schrijven van dit artikel.
De eerste was n.a.v. een bezoek op maandagmorgen van iemand aan de pastorie in Musselkanaal.
In deze gemeente stond de pastorie naast de kerk. Dat had zo zijn voordelen maar ook weleens nadelen. Zo kreeg je nogal eens bezoek van lieden die probeerden om, door op je gemoed te werken, wat geld van je af te troggelen. Zo herinner ik mij dat op een maandagmorgen een voddenman aanbelde die graag een gesprek met wij wilde. Toen hij op de studeerkamer zat kwam hij met het voor mij zo langzamerhand bekende verhaal. ‘Ziet u, dominee, we hebben het niet breed…zes kinderen en mijn vrouw in verwachting van de zevende… weinig inkomsten… tijd werkloos geweest, veel gesolliciteerd maar je komt op onze leeftijd ook niet meer aan de bak… ja, u begrijpt het natuurlijk wel, het valt allemaal niet mee om rond te komen. Misschien hebt u wat handgeld voor mij te leen’. Hij beloofde het in betere tijden terug te betalen. Je twijfelt want inmiddels kende je de truc... hij was niet de eerste en ervaringen uit het verleden boden zeker geen garantie voor de toekomst, dat hij zijn belofte wel zou nakomen.
Ik vroeg dus: ‘Waarom komt u uitgerekend bij mij?’
Hij antwoordde: ‘Ik zag een kerk', en hij wees met zijn verweerde handen naar de toren van de kerk die naast de pastorie gebouwd was.
En wat doe je dan? Even later zag ik hem weg rijden... mèt mijn geld dat hij in betere tijden zou terug betalen. (Die betere tijden zullen voor hem wel nooit aangebroken zijn want het ‘geleende’ geld heb ik nooit teruggezien). Maar stel dat ik het niet gedaan had?
‘Ik zag een kerk’, zei hij, ‘daarom dacht ik, als ik het daar niet krijg, waar dan wel?’ En je strijkt je hand over het hart want er zijn al zoveel ‘buitenstaanders’ in de kerk teleurgesteld.
De tweede aanleiding was een foto van de destijds vermoorde Martin Luther King. Naast Albert Schweitzer, de man die naar centraal Afrika ging om in Lambarene doodzieke negers te helpen, heeft Martin Luther King mij ook altijd bijzonder aangesproken.
Hij had immers een droom hoe de toekomst eruit zou zien. De droom die King voor ogen stond was de droom van vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en broederschap. Zijn rede op 28 augustus 1963 is wereldberoemd geworden. Hij zei: "Wij zijn van mening dat de volgende waarheden vanzelf spreken: dat alle mensen gelijk geschapen zijn. Ik heb een droom dat op een dag op de rode heuvels van Georgia de zonen van voormalige slaven en de zonen van voormalige slavenhouders in staat zullen zijn samen aan te schuiven aan één tafel van broederschap. Ik heb een droom dat mijn vier kinderen op een dag zullen leven in een land waar zij niet beoordeeld zullen worden op hun huidskleur, maar naar de inhoud van hun karakter. Ik heb een droom dat blank, bruin en zwart eens zullen aanzitten aan die ene tafel van de Heer”.
Wat zou het geweldig geweest zijn als de droom van Martin Luther King gerealiseerd zou zijn. Dat we zouden leven in een wereld waarin we elkaar zouden aanvaarden zonder onderscheid van ras, afkomst, geaardheid of religie. Maar de verwezenlijking van de droom van Martin Luther King lijkt verder weg dan ooit.
 
De derde gebeurtenis is een gesprek met iemand, een zekere mijnheer X, over de verbouwing van de Kruiskerk.
Zelf had hij niets meer met de kerk. Vroeger wel, maar nu niet meer. Het bekende verhaal: vroeger moest hij tweemaal naar de kerk, lange diensten, mensen die elkaar in de week niet groeten en zondags vooraan zaten; preken waar je niets van begreep, kortom hij had er mee gekapt.  ‘Nee man, mij niet meer gezien.  Trouwens zolang die en die d’r naar toe gaat zal ik wel uitkijken. Wil ik er helemaal niets mee te maken hebben.’
Het klopt dat het vaak niet klopt in de kerk. Het kan beter. Het moet beter. (Tussen haakjes, ik ga niet naar de kerk omdat ik zo goed ben maar ik ga naar de kerk omdat ik van mijzelf wel weet dat ik helemaal niet zo goed ben!)
Ik vroeg hem waarom hij de zaak alleen maar van de zwarte kant bekeek. Eerlijk is eerlijk, diezelfde kerk waar hij tegen aan kijkt als een achtergebleven instituut, doet heel veel goeds. Niet dat dát de reden is dat de kerk er mag zijn – de kerk moet er zijn, maar dan om andere redenen.
De kerk is n.l. de gemeenschap van Christus. Dat is niet een gezelschap dat elkaar heeft uitgekozen. Mensen die het goed met elkaar eens zijn; die mekaar tof vinden; een uitgelezen gezelschap, het lijkt er misschien wel vaak op maar het is niet de bedoeling van het evangelie. Wat de gemeente van Jezus bij elkaar houdt is het feit dat ze gemeente van Jezus is.
De gemeente is de kring van mensen om Jezus Christus heen. Hij heeft ze gekozen.
Omdat Jezus de gemeente heeft gekozen en het niet alleen maar om gelijkgerichte en gelijkgezinde mensen gaat is er vaak verschil van mening binnen de kerk. Vogels van diverse pluimage. Het is nog altijd zo dat iedere vogel zingt zoals-ie gebekt is. Maar dat maakt het juist zo extra boeiend.
Hij was wel benieuwd hoe de verbouwde Kruiskerk er straks uit zou zien. ‘k Heb hem verteld dat er veel activiteiten zijn in de week na de opening en hij daarbij van harte welkom is. En voor het geval hij die week geen tijd mocht hebben, hij elke zondag ook meer dan welkom is.  Maar dat geldt natuurlijk niet enkel voor mijnheer X of mevrouw Y!
B.H. Steenwijk

© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy