1 Samuël 16:11 Bijbel in Gewone Taal


Ik weet: mijn redder leeft,
en hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen.
Hoezeer mijn huid ook is geschonden,
toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen.
Ik zal hem aanschouwen,
ik zal hem met eigen ogen zien, ik, geen ander,
heel mijn binnenste smacht van verlangen.
(Job 19: 25-27)
 
Advent: niet zonder hoop!
Geloof, hoop en liefde vormen een richtsnoer voor de christen. Over de liefde wordt uiteraard veel gesproken. Maar hoe zit dat met de hoop? Wat is onze hoop? Waaraan ontlenen we hoop? Is hoop nog een richtsnoer voor ons leven en geloven? Is onze kerk in deze tijd nog een baken van hoop? Zijn wij dat zelf nog?
 
Ik wil in deze overdenking een pleidooi houden voor de hoop. Het is tijd om hoop weer te benoemen als onmisbaar en centraal voor geloof en kerk.
Want de hoop heeft het moeilijk. Onze cultuur richt zich op vervulbare wensen. Optimisme voert de boventoon. We kunnen veel. We hebben veel. We leven in ongekende vrijheid en welvaart (althans: velen van ons). ‘Genieten’ is het motto. Hoe vaak hoor ik het niet: ‘Geniet ervan!’ Daar komt bij dat er een enorm vertrouwen is in de onbeperkte vooruitgang: wat we nu nog niet kunnen, kan straks wel!
Ik ben inmiddels oud genoeg om nog een herinnering te hebben aan de val van de Berlijnse muur. Dat was een enorme omwenteling in Europa. De dreiging van een wereldoorlog, het communisme als laatste bastion van dictatuur, de armoede in het oosten: het leek allemaal overwonnen. Er wachtte een gouden toekomst van vrijheid en welvaart, zo leek het. Een droom van zorgeloosheid en vrijheid leek hoop te geven. Maar was het wel hoop, of was het valse hoop?
Ik herinner me ook een ander dramatisch moment in onze geschiedenis: de aanslag op de Twin Towers in New York in 2011. Sinds dat moment vertoont het optimisme in de Westerse wereld barsten en breuken. Spanningen tussen bevolkingsgroepen en religies, dreiging van terreur: helaas is het dagelijks aan de orde. En juist in deze tijd stuiten we op de grenzen van al dat consumeren en genieten. Onze gezondheid (zowel geestelijk als lichamelijk) is niet tegen alles bestand. Duurzaamheid en milieu zijn thema’s die aan grenzen herinneren. En dan is er nog onze naaste. Wat als de naaste in Azië en Afrika zich net zo gaat gedragen als wij doen? Zoals zo vaak in de geschiedenis dreigt het menselijk dromen te ontaarden in een nachtmerrie. Om ons heen groeit dan ook het pessimisme. En, in het kielzog daarvan, het cynisme. Men spreekt daarbij van verharding.
Wat is de waarde van het evangelie rondom deze ontwikkelingen? Wat kan de kerk bijdragen? Voor wie daar nog komt om het Goede Nieuws te horen? Voor de samenleving waarin we staan? Het lijkt alsof de kerk heeft afgedaan. Maar zou juist de crisis van de moderne tijd niet een belangrijke kans kunnen zijn? De gemeente van Jezus koestert de hoop – echte hoop. In het spoor van Jezus zijn we wars van valse hoop en ontmaskeren we valse profeten. En juist daarvan is onze tijd vol. We willen niet horen van hen die valse hoop aanbieden, ook niet als ze dat doen met het kruis op hun banier. In het voetspoor van Paulus verbinden we hoop met geloof en liefde. Paulus herinnert ons eraan dat hoop niet zomaar op onszelf gericht is. Hoop is er niet om jezelf te verrijken, maar is verbonden met liefde voor God en de naaste. En we delen met de profeten de verwachting dat God zal ingrijpen, dat Hij ons niet los heeft gelaten. God maakt geschiedenis, ook al lijkt dat verborgen (dat is ook, straks, het mysterie van Kerst). Onze hoop vindt uiteindelijk de bron niet in onszelf. Het fundament van onze hoop ligt niet in ‘genieten’, en ook niet in een of andere theorie, politiek of beweging van mensenhanden.
Die hoop die centraal staat in de kerk is niet zomaar een theorie. Hoop is geen dogma uit een stoffig theologisch boek. Hoop doet leven. Hoop doet liefhebben. Hoop doet geloven. Hoop laat ons opleven: er is toekomst, en het is een goede toekomst. Hoop is het perspectief dat Mozes vindt en houdt aan het einde van zijn leven. Hij weet dat hij bij zijn leven het Beloofde Land niet zal binnengaan. Maar de blik erop geeft hem moed en hoop.
 De hoop die het evangelie ons aanreikt laat ons daarmee ook aan zelfonderzoek doen: is onze hoop gebaseerd op liefde voor God en de naaste? Is onze hoop nog gefundeerd in het geloof dat God redt? Hoop is weten dat het beste ons nog moet overkomen, maar ons al wel is aangezegd. Hoop is leven met en uit dat vertrouwen. Hoop is, net als Mozes, perspectief houden, uitzien naar.
Daarmee raakt hoop aan kernthema’s van ons geloof: vertrouwen (d.w.z.: geloof) en liefde. De apostel Paulus wist al dat geloof, hoop en liefde onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en elkaar nodig hebben. Hoop tekent ons de goede toekomst van God. Geloof geeft ons geduld en moed om op goede wijze Gods grote dag tegemoet te leven. Liefde geeft de toon aan, is de richtsnoer voor de wijze waarop we in het leven en in de wereld staan.
Zou juist in tijd van crisis de kerk een leerschool van hoop kunnen zijn? En zou juist de achteruitgang van de kerk niet ruimte kunnen geven om de bron van hoop weer terug te vinden?
Graag wens ik u een hoopvol Advent.
 
Ds. Egbert Egberts

© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy