--De wedstijd lopen die voor ons ligt----- Hebreeën 12:1.


Vanaf 23 juli tot en met 8 augustus zullen de Olympische Zomerspelen 2021 in Tokyo worden gehouden. Door het tijdsverschil van 7 uur later dan bij ons zal het volgen van de wedstrijden deels nachtwerk worden. Voor echte liefhebbers zal dit weinig uitmaken. Anderen volgen het zijdelings in de krant, een derde weet dat de Spelen worden gehouden, maar meer ook niet. Deze zomerweken zullen wij—hoe dan ook—veel horen over de prestaties van de deelnemers—en dan vooral van de Nederlanders. Wat hadden ze een voorbereidingen. Eerst naar 2020—toen een jaar uitstel—het was volhouden—volhouden en nog eens volhouden. En om het dan in Japan te mogen meemaken: door jouw prestatie of door jouw team wordt het Wilhelmus gespeeld—een gouden medaille—een gouden plak—wat een eer!

De Olympische Spelen.
De Olympische Spelen op zich- zijn erg oud. Het waren de beroemdste feestspelen van de Grieken, genaamd naar de plaats Olympia, waar zij om de vier jaren ter ere van Zeus gevierd werden. Sedert 776 voor Christus werden de namen opgetekend: dit jaartal geldt als het begin van de Olympiaden. Het programma bestond aanvankelijk alleen uit wedlopen, later werden daaraan toegevoegd de vijfkamp (verspringen, hardlopen, discuswerpen, speerwerpen en worstelen) de pancration (een kruising van worstelen en boksen, waarbij opgeven of de dood van één van beide vechters de beslissing bracht), wagenrennen, wapen-, estafette- en fakkelloop. De atleten waren geheel naakt: de vrouwen mochten noch deelnemen aan de Spelen (uitgezonderd de wagenrennen), noch daarbij aanwezig zijn. De prijs was een krans, gevlochten van de takken van de heilige wilde olijfboom. In 394 na Christus werden de antieke Olympische Spelen opgeheven: in 1896 begon alles opnieuw.

Het Nieuwe Testament.
In tijdsbestek vielen de oude Olympische Spelen voor een deel samen met het Oude Testament, het hele Nieuwe Testament en de eerste eeuwen van het Christendom. Vooral Hebreeën 12: 1 en 2 en Timoteüs 2:5 doen ons denken aan de Olympische Spelen. De inzet en de trouw van de sport wordt als voorbeeld genomen ten opzichte van de inzet en trouw naar de gemeente toe en de Koning van de Kerk. Allemaal lopen wij onze levenswedstrijd. Bij onze geboorte klinkt het startschot. Nu gaat het beginnen—en hoe wij moeten rennen. Hierover gaat de hele Hebreeënbrief.

Wie waren die Hebreeën? Dit waren Christenen uit de Joden. Ze waren als Joodse kinderen opgevoed. Ze volgden de lessen van de rabbi. Ze lazen de Hebreeuwse teksten over Abraham, Izaäk en Jacob—de profeten—ze leerden de psalmen—ze waren kinderen van de synagoge. Juist het bijbel boek Hebreeën staat vol met verwijzingen naar het Oude Testament. De mensen leefden in de tijd van de Romeinse vervolgingen. Met of na het Pinksterfeest in Handelingen 2 waren ze christen geworden. Ze werden gedoopt—ze leefden in Jeruzalem—in Palestina—of in andere gebieden waar Joodse gemeenschappen waren. Ze waren opgevoed en betrokken bij de synagoge—op de verkondiging van het Evangelie lieten ze zich dopen. Zo ontstonden de eerste gemeenschappen van Joodse christenen. Hun levensstijl veranderde. Hun dagelijkse—geestelijk leven veranderde. Maar na een tijd begon hun christelijk geloof vast te lopen. Dit werd voor veel Hebreeën een moeilijke weg. Een weg vol twijfel—een weg vol onzekerheden—een weg vol verwarring.
Zowel in de Hebreeënbrief als bij Paulus lezen we verwijzingen naar de sport. Om van Paulus enkele voorbeelden te noemen: weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan de wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke (1 Kor. 9: 24-25). Paulus vergelijkt het leven van christenen met atleten. Over zijn eigen levenswedstrijd schrijft hij: ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden (2 Tim.4: 7) In de Hebreeënbrief komen wij dezelfde oproep tegen: blijf volhouden—blijf volhouden!
Onze gedachten gaan nu naar het amfitheater—een groot stadion—met een renbaan voor ons. Straks klinkt het startschot—de wedstrijd begint. Op de tribunes zitten de toeschouwers—de getuigen---de supporters.
Ook wij rennen onze levenswedstrijd---deze zomerweken. Als leden van de Kruiskerk, als christenen wereldwijd met elkaar verbonden, vuren wij elkaar aan: blijf het volhouden, help elkaar -- steun elkaar!
Samen zingend en biddend met elkaar op de renbaan met als finish:

Lichtstad met uw paarlen poorten,
wond’re stad zo hoog gebouwd,
nimmer heeft men op deze aarde,
ooit uw heerlijkheid aanschouwd.
daar zal ik mijn Heer ontmoeten,
luist’ren naar zijn liefdesstem,
daar geen rouw meer en geen tranen,
in het nieuw Jeruzalem.

Ds. Onno Doorn