Uitleg kerkdienst

Een kerkdienst is een religieuze bijeenkomst waar het woord van God wordt verkondigd.

Personen rondom een kerkdienst.
Wij houden drie kerkdiensten op zondag; twee op zondagochtend en één op zondagmiddag. Er is iemand verantwoordelijk voor het gebouw. Hij of zij zorgt voor licht en verwarming in de kerk en dat alles wat nodig is, klaar staat. Dit is de koster. In een kerkdienst wordt gezongen. Dit gebeurt met begeleiding van muziek. Deze bestaat meestal uit orgelmuziek, gespeeld door een organist. In sommige diensten speelt er ter begeleiding naast een organist ook een pianist, soms aangevuld met koperblazers, of speelt er een hele band of zingt er een koor. We zingen naast de traditionele psalmen en gezangen gezongen ook liederen uit andere bundels zoals Geroepen om te Zingen, de Evangelische Liedbundel of Opwekkingsliederen. De teksten worden met behulp van een beamer weergegeven op een scherm.  Degene die de kerkdienst leidt, heet een dominee, predikant of voorganger. Sommige dominees dragen een toga over hun kleding. De dominee is ambtsdrager. Dat betekent dat hij officieel is aangesteld voor zijn werk. Hij is echter niet de enige die een taak heeft binnen de kerkdienst. De diakenen halen geld op (en zijn er verantwoordelijk voor dat mensen financieel worden geholpen, binnen en buiten de Kerk) en de ouderlingen zijn eigenlijk verantwoordelijk voor de zorg voor alle gemeenteleden. Voor die taak zijn zij door de gemeente gekozen. Dan zijn er ook nog ouderling-kerkrentmeesters. Zij regelen de financiën rond de kerk, behalve het helpen van mensen, want dat doen de diakenen.

De indeling van een kerkdienst.
De kerkdienst verloopt volgens een redelijk vast stramien. Vaste elementen zijn een groet of zegen voor en na de dienst, schriftlezing, gebed voor en na de prediking, een preek, meermalen samenzang en inzameling van gaven. Enkele malen op een jaar zijn er diensten met de bediening van de sacramenten (Heilig Avondmaal en doop). Hier een voorbeeld van de indeling van een kerkdienst.
1.  Inleidend orgelspel
2.  Predikant en leden van de kerkenraad komen binnen, welkom, stil gebed
3.  Votum en groet, waarmee de dienst officieel wordt begonnen
4.  Zingen van een lied
5.  Voorlezing van een leefregel (kunnen biojvoorbeeld de Tien geboden zijn)
6.  Zingen van een lied als antwoord hierop
7.  Voorlezing van een gedeelte van de Heilige Schrift
8. Vertrek van de kinderen naar de kindernevendienst
9.  Gebed
10. Zingen van eenlied, collecte 
11. Bediening van het Woord (preek).
12. Lied als "antwoord" op de preek.
13. Gebed
14. Kinderen komen terug
15. Collecte
16. Slotlied
17. Zegen, waarmee de dienst officieel beëindigd wordt
18. Uitleidend orgelspel.
De gemeente gaat staan uit eerbied voor God en krijgt een moment van stilte om in zichzelf tot God te keren. Bij de aanvang van de dienst spreekt de voorganger als eerste het votum en de groet uit. Hiermee spreekt hij een eenvoudige geloofsbelijdenis uit en groet de gemeenteleden namens God.  Vervolgens worden de Tien Geboden of een andere tekst als leefregel voorgelezen. Dan volgt een gebed waarin men vraagt om vergeving en vervolgens om hulp van Gods Geest bij het lezen van de Bijbel, waarna een Bijbellezing volgt, de zogenaamde Schriftlezing. Dit wordt vaak door een gemeentelid gedaan (lector) met gebruik making van de Nieuwe Bijbelvertaling. De Schriftlezing is meestal een kort verhaal. De dominee legt dit verhaal daarna in de prediking of preek uit. De dominee of voorgang(st)er maakt hiervoor gebruik van een kansel, een preekstoel. De kansel staat hoog, omdat men er van uit gaat dat de spreker niet namens zichzelf, maar namens God het woord doet. Na de preek worden er liederen gezongen die qua inhoud meestal aansluiten bij de prediking en bij de tijd van het kerkelijk jaar. Na het zingen volgt zoals dat heet 'de dienst der gebeden'.  Vooraf mogen de gemeenteleden gebedsverzoeken aan hem doorgeven. De dominee bidt voor de zieke mensen in de gemeente, voor zaken die in het landelijke of wereldnieuws spelen en voor troost voor alle mensen die het moeilijk hebben. Er wordt ook gedankt voor het goede in dit leven. Soms bidt men tenslotte hardop met alle aanwezigen in de kerk het Onzevader. Tijdens een kerkdienst probeert men steeds duidelijk te maken dat mensen niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de ander moeten zorgen. Door middel van een collecte, ook offerande genaamd, moeten de aanwezigen dit in de praktijk brengen. De collectezak gaat langs de rijen met mensen. De gevulde zakjes worden door collectanten opgehaald. Aan het einde van de kerkdienst gaan de aanwezigen staan. De dominee stuurt de mensen naar huis met de opdracht om wat geleerd is in praktijk te brengen. Hij of zij heft zijn of haar armen en zegent met gespreide handen de gemeente, waardoor symbolisch de handen van God op de mensen wordt gelegd. De zegening en tevens de kerkdienst wordt afgesloten met het woord amen. Soms wordt dit door de voorganger en de gemeente gezongen.


© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy