Advent

De advent is in het christendom de benaming voor de aanloopperiode naar kerst. De naam advent komt van het Latijnse woord adventus, dat komst betekent. In de adventsperiode bereiden christenen zich voor op het kerstfeest, wordt de geboorte van Jezus herdacht en zijn wederkomst verwacht.

Het Liturgisch jaar begint met de advent. Eenvoudig gerekend begint de advent vier zondagen voor Kerstmis. De advent begint altijd op de zondag die valt tussen 27 november en 3 december en eindigt op 24 december bij het avondgebed. Hierdoor is de lengte van de adventsperiode verschillend, maar telt wel altijd 4 zondagen:  
1e zondag: Levavi  
2e zondag: Populus Sion  
3e zondag: Gaudete  
4e zondag: Rorate.

De advent begint bij Oosters-orthodoxe Kerken een week eerder en telt 40 dagen (15 november).

In huizen en kerken wordt de advent symbolisch zichtbaar gemaakt door een kaarsenstandaard of een adventskrans waarop vier kaarsen staan. Elke zondag wordt een extra kaars aangestoken. Op de laatste zondag voor kerst branden dan alle kaarsen.

Tijdens de adventsperiode wordt in kerken gebruikgemaakt van de liturgische kleur paars, de kleur van boete en inkeer. Alleen op de derde zondag van advent, Gaudete, kan de kleur roze gebruikt worden daar waar dit gebruikelijk is, om het feestelijke karakter van deze zondag weer te geven.

Wanneer de viering van de advent in de Kerk voor het eerst werd geïntroduceerd, kan met geen enkele vorm van zekerheid bepaald worden. De advent wordt voor het eerst vermeld in een boek van Gregorius van Tours (ca. 538-594), die schrijft dat St. Perpetus, een van zijn voorgangers, rond 480 een vastentijd van drie weken voorafgaand aan kerstmis zou hebben ingesteld. Of dit een nieuw gebruik was dan wel de bekrachtiging van een bestaande regeling is onduidelijk.


© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy