feed-image RSS-feed

Levend brood

 
‘Die heldere ogen in dat zwartgeblakerde gezichtje…’                      
Tussen alle kramen op de boeldag van een kerk staat één kraam waar geen spullen worden verkocht. Medewerkers van de Huiskamer staan achter en vooral voor een kraam waar het evangelie gratis wordt aangeboden.
Veel mensen doen een poging om het gewicht van een bijzonder lang krentenbrood te raden. Maar kennen ze het levende brood al?
‘Ik weet best wat je bedoelt hoor’ zegt een vrouw. Ze zet haar zware boodschappentas even op de grond. ‘Maar ik heb er geen behoefte aan. Ik doe mijn best om goed te leven en dat is genoeg. Ik zit ook niet op een eeuwig leven te wachten. Ik leef nu en dat houd ik ook mijn kinderen voor. Ze moeten leren om er op dit moment van te genieten, het leven is maar kort.’
Haastig pakt ze haar tas op en verdwijnt tussen de mensen.
Een man met een weelderige haardos heeft nauwgezet het gewicht van het krentenbrood ingevuld. Hij knikt tevreden. Dat heeft hij goed gedaan. Ook hij heeft het levende brood niet nodig. ‘Ik geloof wel dat er een God is, hoor. Maar twijfelen mag. Dat doet meneer pastoor ook. Je kunt het niet zeker weten. Ik leef goed, maar of het goed genoeg is? Ik weet niet hoe Hij over mij denkt.’
Ik houd hem een spiegeltje voor. Lachend duwt hij het weg. ‘Daar hoef ik niet meer in te kijken, hoor. De laatste keer dat ik naar de kapper ging betaalde ik nog in guldens’. Dan lees ik hem de tekst voor die achterop het spiegeltje staat.
‘God houdt zoveel van u, ja ook van dat hoofd met die weelderige lokken en die lachende ogen.. dat hij zijn Zoon gegeven heeft opdat u niet verloren gaat..’
Hij staart naar de spiegel. ‘Ik zal het thuis nog eens goed doorlezen’ stamelt hij en laat het in zijn binnenzak glijden.
Opeens staat daar die stralende vrouw. ’En of ik Jezus ken’ jubelt ze. ‘Ik ben christelijk opgevoed en ging altijd naar de kerk. Ik dacht dat het goed was zo. Tot ik op een dag op bezoek was bij mijn stervende neefje. Hij had met vuur gespeeld en was vreselijk verbrand. ‘Ik ben heel erg stout geweest tante’ ’fluisterde hij. Maar ik ga naar Jezus die mij heeft vergeven. Daar is het goed, voor altijd.’
‘Nog steeds zie ik die heldere ogen voor me in dat zwartgeblakerde gezichtje. Dat kind van negen jaar leerde me wie Jezus is. Daarna ben ik zijn liefde nooit meer kwijtgeraakt. Zelfs niet toen mijn man een paar jaar later plotseling overleed. Hij is mijn dagelijks brood’.
  
Arna van Deelen

© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy