Spreken in de kerk

Kort geleden mocht een gemeentelid in de kerkdienst een aantal jongeren toespreken. In haar dagelijks leven staat ze voor de klas en heeft ze daar geen enkele moeite mee. Maar vertelde ze na afloop van de viering: als je voorin de kerk staat, is het opeens toch anders. Ik voelde me bekeken en geremder. Was wat ik zei wel goed en kwam het wel over?
Dit voorbeeld maakt duidelijk dat spreken in de kerk niet zo eenvoudig is als het misschien wel lijkt. Ook ervaren voorgangers ervaren een zekere spanning en blijven fouten maken. En dan gaat het niet alleen om wat je zegt, maar ook over hoe je het zegt. Welke kleur geef je mee, welk gevoel? En is het wel verstaanbaar? Niet zelden slijten zich verkeerde gewoonten in, waar je niet meer bewust van bent. Het is goed om je voor te bereiden en aan mensen om je heen af en toe te feedback te vragen. Niet om de onzekerheid te versterken, maar om ervoor te zorgen dat wat je over wilt brengen ook echt overkomt.
 
In onze kerk maken we bij de Schriftlezingen gebruik van lectoren. Zij bereiden zich goed voor. Want een goed voorbereide lector kan een moeilijke tekst helder maken door de manier van lezen, het leggen van de juiste accenten en het respecteren van de gepaste rustpauzes. En een slecht voorbereide lector kan anderzijds een eenvoudige tekst totaal de mist doen ingaan. Dit geldt niet alleen voor de lector, maar ook voor de predikant of pastor.
Het gebeurt ons toch allemaal wel eens dat een lezing die we al vaak gehoord hebben en waarmee we altijd al hebben geworsteld plotseling door een situatie waarin we ons bevinden of door de manier waarop een goede lector ze voorleest voor ons opengaat, ons aanspreekt of ten diepste raakt.
 
Een voorbeeld van hoe het kan gaan:
Elsbeth leest vol overgave, maar met zo’n harde scherpe stem en dicht bij de microfoon, dat haar medegelovigen elkaar aankijken met een blik van “mijn hemel”. Van echt luisteren naar de lezing komt niet veel meer terecht. Ze lijkt zelf niets in de gaten te hebben.
 
Niet zelden denken voorgangers dat de tekst duidelijker overkomt als zij de zinnen voorlezen in korte brokjes, met veel pauzes. Het tegendeel is waar. De grote lijn gaat verloren en daarmee de betekenis van de zin. Het luisteren wordt er alleen maar door bemoeilijkt.
Een andere fout die vaak gemaakt wordt, is dat woorden die geen accent hebben, een accent krijgen. De inhoud van een tekst of zin kan daardoor volstrekt verkeerd overkomen.
 
Iemand vertelt: Als onze pastoor de geloofsbelijdenis voorleest, horen we hem zeggen: de gemeenschap Van de heiligen, de vergeving Van de zonden, de opstanding Van het lichaam. Dat klinkt heel raar. Ik heb het al een keer gezegd, maar het zit zo ingesleten bij hem.
 
Niet zelden leggen lezers een accent op woorden als “hij”, “zijn, “haar”, “gij”, “wij”. Maar die woorden zouden alleen een accent mogen krijgen als er sprake is van een tegenstelling: “Hij heeft het niet gedaan maar zij!”
Een extra valkuil vormen de woorden die met God en Jezus te maken hebben: Heer, Zoon, Hij, Hem, Zijn enzovoort. Veel voorgangers geven die woorden bijna automatische een accent, terwijl ze dat vaak juist niet moeten hebben. Een voorbeeld: Gij zijt heilig en goed. Moet zijn: Gij zijt heilig en goed. “..een land dat Hij beloofd heeft”. Moet zijn: “…een land dat Hij beloofd heeft”.
 
Als voorganger of lector communiceer je niet alleen met je stem, maar ook met je houding. Sta je met beide voeten op de grond en straal je een bepaalde rust uit? Geef je mensen de ruimte om de ontmoeting aan te gaan met de Eeuwige? Of vestig je de aandacht teveel op jezelf en sta je die ontmoeting juist in de weg?
Hoe voorkom je dat alles te statisch en afstandelijk is? Maar net zo belangrijk is de vraag: hoe zorg je ervoor dat alles verstaanbaar blijft en je niet gemaakt vlot en populair gaat doen? Een voorganger kan wrevel opwekken als hij met een opgeheven vinger spreekt of wanneer hij vanaf de kansel zijn ellebogen naar buiten richt, waardoor hij de indruk wekt: ik zal het de mensen allemaal wel even vertellen.
 
Hoe sta je voor de mensen en wat draag je bewust en misschien vaak ook wel onbewust over?
Van fundamenteel belang is ook de innerlijke houding. Een viering kan in alle onderdelen uiterlijk perfect en schoon zijn, zonder die innerlijke houding zal ze een “rinkelend bekken” blijven (1 Cor. 13). Terwijl een liturgie die misschien niet uitblinkt in schoonheid, maar waarvan de echtheid van de voorganger, lector en zangers gevoeld wordt, God en de deelnemers zal raken.
Het is belangrijk om aan de verschillende liturgische houdingen aandacht te besteden. Voor een groep slechthorende ouderen zul je ook anders moeten spreken dan tot kinderen. Tot mensen die veel prikkels kunnen verdragen anders dan tot mensen die op zoek zijn naar rust en stilte.  In onze kerk heb je te maken met heel verschillende mensen.
Je zult het niet iedereen even goed naar de zin kunnen maken. Maar door je bewust te zijn van jezelf en van je hoorders, kun je de communicatie versterken en voor zoveel mogelijk mensen komen tot een sterkere beleving van de liturgie.
 
Ds. Jan Willem Overvliet

(Voor dit artikeltje is gebruik gemaakt van een cursusboek voor lectoren “Handreiking voor wie spreken, bidden en lezen in de liturgie”, geschreven door Hein Vrijdag)

↑ Top  

© Gereformeerde Kerk - Nijkerk 2018   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy