NIJKERK ADVENT 2018

Naar Genesis 18:16-33
Het is één van de donkere dagen voor Kerst. Het is midden in de nacht. De winter is ingevallen. Het sneeuwt. De stad Nijkerk ligt uitgestorven in een witte wereld. Er is niemand op straat, als in de verte op de Barneveldseweg, vanuit de richting Driedorp, twee vage gestalten opduiken. Alsof ze uit de lucht zijn komen vallen, zo lopen ze daar ineens midden op de weg. Dichterbij komend zijn uit de gestalten twee mannen te herkennen. Ze lopen naast elkaar en zijn in gesprek. Aangekomen bij de rotonde bij de Roode Schuur slaan ze rechtsaf. Beiden dragen een zelfde lange jas. De figuur die links loopt, torst bovendien een baard met zich mee. Hij staart bedrukt naar de grond.
 
Plotseling begint hij druk tegen z’n buurman te spreken, alsof hij na een denkpauze de draad van het gesprek weer oppakt. Hij klinkt zenuwachtig, als hij zegt - ondertussen passeren ze het bord Nijkerk -: ‘Maar misschien zullen hier 50 rechtvaardigen zijn. Zal dan omwille van die 50 niet iedereen hier vergeving geschonken worden?’ Vragend kijkt hij de man die rechts loopt aan. Deze antwoordt: ‘Indien hier 50 rechtvaardigen gevonden worden, zal eens de grote dag van vrede aanbreken voor allemaal.’
 
De twee lopen zwijgend verder links met de bocht mee de Paasbosweg op. Maar die linker beweegt opnieuw ongedurig. ‘Wie ben ik, dat ik dit vragen mag, maar misschien ontbreken er aan die 50 vijf. Zal dan om die vijf die dag van vrede nooit aanbreken?’ En opnieuw antwoordt de rechter gestalte: ‘De dag zal aanbreken, ook indien er 45 rechtvaardigen hier gevonden worden!’
 
Zonder dralen lopen ze voort. Bij de volgende rotonde lopen ze rechtdoor, de Callenbachstraat in. Ze kijken nauwelijks op of om. Hun voeten lijken precies te weten, waarlangs het moet gaan. En als ze de spoortunnel achter zich gelaten hebben, verbreekt de linker opnieuw de stilte: ‘Misschien worden er hier 40 gevonden.’ De rechter antwoordt: ‘Dan zal omwille van die 40 voor allen de dag aanbreken, waarop het bazuingeschal zal klinken.’ Terwijl hij dat zegt, dwaalt z’n blik af naar voren, waar in het donker de letters ‘Kruiskerk’ oplichten. En op het moment dat ze op de rotonde bij de Kruiskerk linksaf slaan, verbreekt opnieuw de linker de gespannen stil¬te: ‘Ja maar 30...’ En vervolgens: ‘Ja maar 20...’ En telkens geeft de rechter hetzelfde antwoord.
 
Ze lopen de Frieswijkstraat in. Opnieuw is het een tijdje stil, totdat de linker gestalte opnieuw moed lijkt te hebben verzameld. ‘Word niet kwaad dat ik blijf zeuren, maar misschien zijn er hier 10 rechtvaardigen.’ Het antwoord blijft ook nu gelijk. ‘Dan zal omwille van die 10 voor állen de dag aanbreken, waarop de tranen van de ogen worden gewist. De dag waarop de dood er niet meer zal zijn, noch rouw, noch geklaag.’ Terwijl hij die woorden spreekt, wendt hij zijn hoofd naar links, waar door de dichte sneeuwvlokken heen de contouren zichtbaar zijn van de begraafplaats…
 
Hun tocht gaat verder. Bij de verkeerslichten lopen ze rechtdoor, richting Nijkerkerveen. En nog steeds blijft hun loop¬pas zelfverzekerd, alsof ze elke nacht deze gang ma¬ken. ‘Word niet kwaad, als ik nog één keer spreek’, klinkt het, als ze Nijkerk achter zich laten, ‘maar misschien wordt er maar één rechtvaardige gevonden...’ Niet direct volgt dit keer een antwoord. De sneeuw begint dichter te vallen. Dan heft de rechter zijn hoofd op. ‘Ja, omwille van één die rechtvaardig genoemd kan worden, zal íedereen bewaard worden! Allen zullen rechtvaardig heten omwille van die ene. Eén is meer dan genoeg. Als allen ook maar beseffen, dat die ene meer is dan genoeg. Dan ligt omwille van die ene voor ie-dereen de krans van de rechtvaardigheid gereed. De krans die de Heer, de rechtvaardige rechter, hen zal geven. Ja, zal geven aan allen, die het verwachten van de komst in deze wereld van die Ene…’
 
Ds. Klaas van der Sloot

© Gereformeerde Kerk Nijkerk   Leden   Account aanmaken?   ANBI   Privacy